Blog 9: Reünie 15 april 2010, veteranen 2-6 RVA

May 25, 2012

De dag voor de reünie belde P.J. of ik wil inventariseren hoeveel mensen zijn boek willen lezen, het willen hebben. Hij maakt er toch extra bij, buiten zijn eigen familiekring. Ik kom op zo’n 20 exemplaren. Fantastisch dat hij dit doet, dêre sille jo in protte minsken in grut plezier mei dwaan zei ik, daar zult u veel mensen een groot plezier mee doen.

M.G. is op de reünie, wat een aardige, charmante, lieve man. Hij zegt weer, een voortgang van het telefoongesprek na de oproep in Checkpoint Charlie, ik heb er over nagedacht. Toen ik terug kwam heb ik de hele nacht met mijn vader gepraat, en de volgende dag met mijn verloofde. Ik wilde dat ze alles weet en een eerlijk man heeft, dat ze niet voor vraagtekens staat wanneer ik midden in de nacht iets roep. Niet hoeft te zeggen waar heb je het over. En er daarna nooit meer over gesproken, het boek was daarmee dicht en ik heb nooit ergens last van. Ik wilde er zelf niet meer mee geconfronteerd worden en ik wilde niet dat anderen met die kennis moesten rondlopen.

 

Klaas had het zwaar, hij heeft dingen ook niet verteld omdat hij niet wil dat ze bekend zijn, zegt hij zoiets, het gaat snel en ik probeer met terugwerkende precisie uit de aantekeningen te reproduceren. Klaas had het zwaar met dingen waar hij niet over sprak.

 

Ik kan M.G. niet vragen waarmee dan, want hij is ervan overtuigd dat het ook letterlijk ongezegd, onbesproken moet blijven. Ter bescherming van degene die er naar vraagt. Ter bescherming van wat nu goed is en zo moet blijven.

Hij zelf moet nu zijn best doen, zichtbaar, om dat wat niet gezegd moet worden ook tussen zijn oren te houden, zo zegt hij het. Hij staat op het punt verder te gaan. Maar doet dat niet.

Daar komt het op neer. Als je dingen in de brieven leest, lees het en verder niets, zegt hij. Niet alles hoeft bekend te zijn. Hij waarschuwt weer, ga niet te ver.

 

Hij wilde graag weten welk gezicht, weten wie hij heeft gesproken aan de telefoon, daarom is hij hier.

Ik heb het rode fotoboek mee. Hij neemt het rode fotoboek met ons door, ik ben hier met mijn zus. Het blijkt dat enkele foto’s uit de tijd van de A-batterij zijn. Het onderdeel waar M.G. bij zat en mijn vader ook, voordat hij overging naar de C-D batterijen.

M.G. is aangenaam gezelschap en ik ben erg blij hem te ontmoeten.

De foto met twee wielen: waterpomp. De foto’s met de kapotte of ondergelopen brug: ze stonden met twee mannen met een stok, meerder ploegjes, de lijken uit het water te halen, vrouwen, kinderen, militairen. De stroming was sterk.

Gebouw, was hun onderkomen bij de rijstvelden.

 

Hij is zo monter en kwiek als in het eerste telefoongesprek, hij doet ons uitgeleide en wacht rustig tot ik van enkele anderen afscheid neem, hij trekt zich hoffelijk terug om niet te laten zien dat hij wacht. Dan lopen we de korte route naar het station, binnendoor, een draaihek door, hij drukt op de knop die de deur ontgrendelt en houdt mij nog even, tussen twee werelden, vast door niet te drukken, wij lachen.

 

Klaas, eerlijk als goud en goed. Er zijn dingen geweest die door omstandigheden afgedwongen werden, ook lijfsbehoud, je was jong en zou nu bepaalde dingen niet meer doen. Hij suggereert nog steeds van alles.

 

Ergens klopt er iets niet aan zijn verhaal, in het één keer vertellen en daarna nooit meer en nooit ergens last van hebben.

 

Hun hele gezin was tijdens de oorlog uit elkaar gevallen. Zijn vader was aannemer en toen ze allemaal afzonderlijk terugkeerden was er alleen nog een kist met een hamer en spijkers, wie wil er timmerman worden, ik niet, zei de oudste broer en hij ging bij de marine. En M.G. wilde ook niet en ook naar de marine maar dat kon niet meer, ze lieten maar één zoon per gezin per boot toe en er werd maar een enkele boot in gereedheid gebracht. Hij wou toch weg en kwam zo in Indië terecht.

Jongste broertje was met hem mee op onderduikadressen. De vader kwam niet in evenwicht na het vertrek van zijn oudste zoons, en de jongste heeft niets aan zijn vader gehad, wil er niet over praten, nooit een klop op de schouder, een trap onder de kont kon hij krijgen. Mijn jongste broer trok aan het kortste eind, zei hij, hij heeft het het minst getroffen.

Dit zijn geen verhalen van iemand die nergens mee zit, hij brengt het goed maar overtuigt net niet.

 

Wat moet verborgen blijven omdat het anders de gemoedsrust verstoort?

Waarom ging mijn vader van de A naar de C en D batterij?

3 Mei ’47 wachtmeester Bruinsma doet zijn intrede bij 2-6 RVA, D-batterij, uit P.J’s  boek. Vanwaar die overstap? Zit daar de reden van alles wat verborgen moet blijven?

Ik vraag het niet. In alle respect voor M.G. die zo standvastig enerzijds overtuigend niets wil zeggen en anderzijds zo op het punt van vertellen staat, ik besluit dat het zijn keuze is.

Hij zei in het eerste telefoongesprek, als je de onderste steen boven haalt, vallen de bovenste stenen naar beneden.

 

Het is dubbel, ik denk, hoe erg schokkend kan het in deze tijd van leven zijn, wat zelfs nu niet verteld mag worden. En, dat M.G. er van geniet, van de indruk die zijn verhaal maakt, van het effect ervan, effectbelust misschien.

 

Tegelijkertijd ook, hij is hier dan toch maar om mijn gezicht te zien en te vertellen wat hij te vertellen heeft. Uit respect voor hem, voor zijn verhaal, voor zijn motivatie, aan hem de keuze tot hoe ver. Hij heeft mijn telefoonnummer.

Lees ook het verslag van de reünie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *