Blog 48: Mem verschuift de tijd, de dag in de boekwinkel (juli 2014)

June 26, 2014

21 juli

 

Veldboeket voor Mem

 

Memke, ús memke is overleden

Het is zover. Mijn moeder is overleden. Negenentachtig jaar oud. Het is goed. Zij heeft zolang geleefd dat haken en ogen uit het verleden allang geneutraliseerd zijn. Haar blijde glimlach, haar veerkracht tot op het allerlaatst, haar grote liefde die er altijd was, ook al kon ik die een tijd geleden misschien niet zien. Het is goed, zei ik een paar dagen voordat ze ging, je hebt het goed gedaan. Woorden die ik niet voor het eerst zei en daarvoor jarenlang niet kon zeggen.

Ik heb zoveel van je geleerd, zei ik. Dat was wel voor het eerst dat ik dat zo zei, ik was er vroeg bij. Het excuus is dat ik het ook niet heel veel eerder wist. Zoveel van haar geleerd, omdat zij in haar brieven liet zien wie zij was en ik zie hoe ik ben of niet ben. Dat zijn geen inzichten van het ene op het andere moment, weten misschien wel maar inzien wat het betekent duurt langer.

Zij leefde zolang, zolang zodat er tijd was voor al die woorden die gezegd moesten worden voordat het te laat zou zijn. Hoe summier en gebrekkig misschien ook. Haar grote geschenk, het laten lezen van de brieven en de tijd om alles door te laten dringen en ook nog tot uiting te laten komen.

 

Ook al ben ik nog maar op de helft van de brieven, 3500 van de 7000 kantjes, de essenties, de vergelijkingen, de herkenning, het fijnschuren naar hoe alles in elkaar past, is op volle gang, al ligt het zichtbare werk ogenschijnlijk al even een tijdje stil. Van binnen werkt het door en dat zal zo blijven tot de laatste letter is gelezen en vervezeld.

Nu zij weg is lijkt het net alsof er allerlei puzzelstukken in elkaar schuiven. Waar woorden nauwelijks konden uitdrukken wat er allemaal verschoof en verschuift, waren haar heldere momenten glashelder en overtuigend. Die momenten waarin wij beiden, ook zonder veel woorden, wisten dat het goed was, meer dan goed.

 

In de winkel, mijn boekwinkel

Op de dag dat zij stierf stond ik in de boekwinkel, sinds kort ben ik mede-eigenaar. Ik ben in mijn eigen boekwinkel bij wijze van spreken, het is nog even wennen. Ik verkocht een exemplaar van Keerkring of rondwaren in tijd, mijn eigen boek. Aan iemand die ik ken. Er moest een passend cadeau komen, kleuren, hobby’s, interesses, finesses, welk boek paste daarbij. Het ene na het ander boek prees ik aan, totdat de klant zei, maar jij hebt toch zelf een boek geschreven. Wil je het zien, vroeg ik en zo haalde ik het tevoorschijn, achter uit de winkel.

Ik begon en hij las mee op de achterkant, hou maar op zei hij. Dit is het. Wil je het signeren. Met alle plezier natuurlijk en met boek en al op de foto. Heb ik een mooi verhaal bij het cadeau, zei hij. Zo ging ik zelf als verhaal plus boek over de toonbank.

 

De Biografie H.J. van Mook, van Tom van den Berge

Voor mijzelf had ik de Biografie H.J. van Mook, van Tom van den Berge, besteld. Over de generaal van de manschappen in de Indiëtijd, zoals mijn vader duidelijk beschrijft en ik ook overal elders lees, in wat los en vast zit dat ik erover lees. ’s Ochtends, tegelijk met de andere bestellingen uit de dozen gehaald. Bij gebrek aan tijd om het op korte termijn te kunnen lezen, zet ik het boek zolang in de kast.

Ik heb sinds ik mede-eigenaar ben nog geen brief uit Indië gelezen, nog geen foto uitgezocht, laat staan een blog gevuld. Of was het laatste hoge woord dat ik las, waar mijn vader antwoordt op mijn moeders schrijven, dat ze niet metéén al méér kinderen wil wanneer hij thuiskomt, heeft die passage mij soms pas op de plaats gehouden? Omdat zij twijfelt of zij het aankan, kan ik dat wel? haar vraag die later steeds maar weer terugkomt. Hoe dan ook, Indië met Mook erbij moest even wachten.

Uitgerekend nu komt Mooks boek aan, dat ik maanden geleden in de uitgeversgids zag en bestelde. Ik zet het zorgvuldig in de kast, een mooi uitgevoerd, mooi boek, gespiegeld, zichtbaar opgesteld staat het in de kast. Halverwege de dag is er een ouder stel in de winkel. Mevrouw, duidelijk van Indische afkomst, vraagt of ze een boek bij me mag bestellen, u heeft het vast niet zegt ze erbij. En na twee woorden onderbreek ik haar en loop naar de kast. Ik pak Mook’s boek.

Ik vertel hoe en wat, we hebben een uitgebreid gesprek. Zij maakte de Bersiaptijd als kind mee. Haar man houdt zich wat afzijdig, maar is er. Haar verdriet, er is zoveel op haar gezicht en in wat wij in korte tijd zomaar uitwisselen. Niet alles hoeft gezegd en ik zeg tegen haar dat ik het een fijn idee vind dat ‘mijn exemplaar’ bij haar terecht komt.

 

De kunstenaar met pionnen van afvalhout, kunstvirus

Een kunstenaar komt met pionnen van afvalhout, die als een kunstvirus de stad moeten veroveren. Een willekeurig collectief over de stad, een fijnmazig kunstnet, een aanstekelijk idee en ik koop er een. Een vorm van impulsiviteit die ik mij, sinds alles weer aan het schuiven is, eigen probeer te maken.

 

De hele dag speelt door mijn hoofd, hoe is het met haar, moet ik meteen gaan of niet, na het telefoontje van mijn broer. Ze is er slecht aan toe, we hebben dit eerder meegemaakt, geoefend bij wijze van spreken. Mijn broer is bij haar, zij vroeg naar hem, dat geeft te denken. Maar, het kon ook nog dagen duren. Ik besluit de dag in de winkel af te maken, dan kan ik ’s avonds nog gaan als het nodig is, het is niet om de hoek. En dan het telefoontje, zij is al gegaan, in alle vrede, alle rust.

En ik maak mijn dag in de winkel af, ik verbaas mij over alle tekenen die zij mij geeft, die ik langzaam maar zeker, een voor een herken. Dat het goed is dat mijn boek er is, dat het goed is dat ik met hun Indiëtijd bezig ben, dat ik na alle omzwervingen en twijfels, op het juiste spoor zit, hier in de winkel ook. Alsof er elementen in elkaar glijden.

Ik zet mijn boek, goed zichtbaar gespiegeld, vooraan in de winkel.

 

Mijn moeders ware verhaal

We komen, de vijf kinderen, na een lange sessie met een vrouwelijke voorganger, tot een mooi, waardevol, samenhangend verhaal over mijn moeder, ús memke. Een verhaal dat haar recht doet, in alle facetten.

We regelen de rest van de uitvaart, tien kleinzoons die om beurten de kist in en uit de kerk dragen, op een karretje naar de terp duwen, met iedereen stapvoets in de stoet erachteraan, haar in het graf laten zakken. De kaarsen door de kleindochters, aangestoken, voor allen in ons gezin die al eerder overleden, ook voor het tweelingbroertje van mijn oudste broer, die er maar zo kort was. De ontroerende brief van mijn nicht, voorgelezen, gedragen daar in die oude sfeer.

 

Mijn neef die zijn nummer Sent of an island schreef voor mijn boekpresentatie, het zo mooi zong en nu het lied voor Beppe aanpaste en het door de kerk naast ons ouderlijk huis klinkt, nog mooier, passend indringend, kloppend mooi.

Wat had mijn moeder dit allemaal prachtig gevonden. Dat er door alles, door de tijden heen, juist door de tijd, vele stukjes op hun plaats zijn, het geeft een diep gevoel van terecht zijn, een weten, een zekere geruststelling, gebaseerd op oud weten. Wat is dit mooi. Wat ben ik blij dat het is zoals het is.

 

Ik ben eindelijk bij de tijd en de eerste politionele actie hangt in de lucht

De brieven die ik nu lees zijn van de tweede helft van juni 1947 en het is in het echt ook juni. Misschien kan ik vanaf nu de tijd bijhouden.

Het is het uitzingen tot de eerste politionele actie, vanaf 21 juli t/m 5 augustus, De mannen weten dat natuurlijk nog niet, de voorbereidingen gaan gestaag door en de actie hangt meer dan ooit in de lucht.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *