Blog 8: Demobilisatie Indië, weer naar huis, blij?

May 16, 2012

Er zijn nog twee bellers van Checkpoint Charlie die ik nog niet noemde. En natuurlijk P.J. Ik ben zo blij met P.J. hem noemde ik al, maar niet zijn verhaal aan de telefoon, de eerste keer.

Hij reed op de keukenwagen, was foerier, bevoorraadde en bracht eten rond op heel Java, reed soms 500 km op een dag, met een noodgang, altijd variatie in tijden en routes. Kent het eiland als geen ander. Is nooit overvallen maar toch één keer een kogel in zijn rugleuning.

 

Was toen verloofd en hij en zij schreven, vier, vijf keer per week. Daar maakte hij zijn eerste boek van (zie ook blog 4).

 

Het motief van de jongens was eerst Indië bevrijden van de Jappen en later kwam er een heel ander doel, het beschermen van plantages en fabrieken.

 

Als je zolang van huis bent, zo lang van je verloofde gescheiden bent, weet je niet meer wat je moet schrijven, het droogt op. Ik vraag me af, is dat straks ook wanneer ik verder lees na de Tegelberg, de Indiëtijd van mijn ouders induik? Zijn de brieven dan droge kost, levenloos? Kan het me niet voorstellen.

 

Zij kwamen niet als lieverdjes thuis. Het was moeilijk om je aan te passen. Zijn verloofde had er de handen vol aan om hem in het gareel te krijgen.

 

Zijn kinderen vroegen of er daar kinderen van hem waren, die vraag bleef me bij. In ons gezin speelde die vraag ook. Heb nagedacht, vraag ik het hem, hij kent mijn vader, zat daar met hem, kent het eiland als geen ander, wil ik het weten. Wat als ze er zijn, nog meer familie en dan, wat als ze er niet zijn, einde mysterie. Al met al einde scrupules en ik vroeg hem in een later stadium, zijn ze er? Hij geeft in alle vrijmoedigheid antwoord, het antwoord luidt nee. De meeste jongens waren skruten, schroomvallig, celibatair. Geslachtsziekten en staatsgevaar weerhield hen ook.

 

Wil hem een dezer dagen bellen, langs gaan, woont hij nog thuis ondanks alles of moest hij toch verkassen naar een verzorgingshuis? Vooral, hoe staat zijn tweede boek er voor, redt hij het?

 

Heb net gebeld. Hij woont nog gewoon thuis. De plaatselijke veteranenclub is opgeheven en hij buigt zich over de dossiers van 60 jaar vereniging. Wat moet er bewaard, wat kan er weg. En zo sluipt er wel meer voor zijn tweede boek langs.

 

Hij zegt in de loop van het gesprek, wij hadden geen jeugd. tien jaar lang oorlog. De generaal voorspelde hel en verdoemenis wanneer de dienstplichtigen na de oorlog niet naar Indië gingen. Voor een gulden en een kwartje per dag, en wat is nu twee jaar. Dat het er vier werden was pas achteraf.

 

 

En weer terug komen

 

Toen de demobilisatie dichterbij kwam was er zeker niet alleen blijdschap. Sommigen bleven liever maar mochten niet. Anderen zagen er tegenop naar huis te gaan, bewegingsvrijheid opgeven. En vooral, alles alleen moeten doen en niet meer met de groep, de gezelligheid van een groep, altijd wel een grapje of wat te beleven. Het in moeten passen in het leven thuis. Regels die niets met het heden te maken hebben. Sommigen kwamen met hooggespannen verwachting thuis en kregen te horen jij bent hier niet de baas, je schikt je naar de regels van thuis. Sommigen emigreerden. Bij sommigen ging het niet, het thuiskomen. En dat zijn dan alleen de dagelijkse dingen.

 

Het thuiskomen, dit is een thema wat mij bezig houdt. Alle mannen noemen het thuiskomen. Mijn vader kwam ook thuis natuurlijk. Hoe mijn vader thuiskwam, kun je daar iets uit opmaken? Van hoe hij veranderd was, en dan, hoe het van invloed was op later?

 

Het liefdevolle in de brieven van mijn vader, ik ben pas bij het begin van hun brieven. Het raakt me zo, hoe je er zijn zorgzaamheid in leest, zijn respectvolle aandacht voor haar en hun kind.

 

 

Oriana Fallaci, een man en Louis de Bernières, Kapitein’s Corelli’s mandoline

 

Er poppen steeds twee boeken in me op. Beide gaan in mijn herinnering over wat strijd en oorlog, en vooral de uitgelichte zinloosheid, het botte ondoordachte repetitieve ervan, doen met een mens en dan moet je altijd toch gewoon daarna weer thuis komen. Of eerst thuiskomen en daarna pas ervaren dat het zo was.

 

P.J’s tweede boek heeft een tijdje gelegen. Hij wacht tot de kriebels vertellen dat het weer verder moet. Nu jij er toch over begint zegt hij, krijg ik de schuld zeg ik en we lachen.

 

Ik vertel waar ik mee bezig ben, ik krijg zijn e-mailadres en ik mail hem mijn Taboeblog’s tot nu toe.

 

Wie weet, gaan we beiden aan de slag met ons tweede boek.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *