Blog 77: Mijn vaders brieven naar het NIOD (juni 2018)

June 13, 2018

De brieven weer uit de bamboemanden, uit het theemeubel

 

 

Dinsdag 12 juni 2018 heb ik de brieven van mijn vader naar het archief van het NIOD gebracht. Het is heel vreemd. Dit is een wezenlijk deel van onze familiegeschiedenis, meer dan 65 jaar in een kastje opgesloten.

Het theemeubel dat mijn vader maakte, cadeau voor de verloving met mijn moeder. De kast was een meubelstuk in ons ouderlijk huis. Er stond een tinnen theestel op, het werd nooit gebruikt want er kwam een rare smaak aan de thee.
Er was een andere theepot, keramiek, donkerbruin, Chinees, leeuwtje op het deksel. Ook uit Indië. Gebruikten we ook niet, theepot zonder kopjes.

In een laadje rechts zat afgedankt bestek, hele grote lepels, messen en vorken voor hele grote monden. Het mooist waren de kleine rode houten kaarsenstandaards in een van de lades. Mijn moeder gebruikte ze voor het kerstontbijt en kerstdiner. Minieme kaarsjes, de mooiste waren gedraaid. Knijpklemmetjes om kaarsjes op de lamp te zetten, zelfde kaarsjes.

 

 

In het kastje rechts zaten de kerstspullen. De kerstspullen! De verrassing van ieder jaar weer, oh ja.

De brieven zaten in het linker kastje. Op slot. De sleutelbos gewoon in een van de laadjes. Op slot.

 

Als kind heb ik diverse keren de glazen schuifraampjes met zorg uit de kast genomen. Het glas met de fijne nerven gepoetst. De kast van binnen en buiten gestoft. De glazen middenplaat en de enkele hoeksteun. Voorzichtig.

Ingenieus gemaakt. Ik was geërgerd ergens. Ik vond dat de kast op de doodskist van Sneeuwwitje leek.

 

Theemeubel

Aaaarg. Ik wist als kind dat ik iets met de brieven uit het meubel wilde, moest doen. De brieven. Het meubel liet me koud.

Ik haalde de brieven op toen het zo ver was toen mijn moeder als oud mens zonder theemeubel in haar laatste kleine kamertje verdween. Het meubel zwierf weg en bleef ergens hangen.

Toen het meubel weer op kwam dagen als beschikbaar kon ik er niet om heen. Ik heb het meubel uit het hoge Friese land opgehaald. Het stond eerst met de open glaskant tegen mijn gangmuur. Alleen de achterkant met rag te zien, alsof de kast straf had. Waar moest dit ding uit mijn jeugd staan.

 

Het kan niet anders, deze kast staat nu opgenomen in mijn huis, in mijn leven, in het voortgaan daarvan. Iedereen kan hem zien in de loop langs mijn huis.

Het theemeubel van Taboe in het theemeubel.

 

Het overvalt me, paniek?

Mijn oog valt op een brief zonder envelop. – 2 Juni 1946, de kogel is door de kerk, ik heb mij aangemeld als OVWer-.

Heb ik dit? Ik raak niet in paniek maar heb ik dit? Het moment waar mijn vader zich vanuit de opleidingskazerne Willem de Zwijger in Wezep aanmeldt voor Indië. Waar hij na zijn eigen militaire training in Tilshead, Schotland zelf als opleider terecht kwam. -Ik heb mij aangemeld-

 

Ik heb mij aangemeld

Pas veel later las ik in de brieven dat hij de definitieve beslissing niet met mijn moeder heeft besproken, dat hij zelf op eigen houtje ineens zomaar de knoop doorhakte. Mijn moeder, nog zonder oudste zus maar met mijn oudste broer thuis liet zitten. Heb ik dit moment? Ik scan de brief voor de zekerheid.

Hoe cruciaal is dit moment, waarom gaat mijn vader naar Indië?

Werk, volk en vaderland, Koningin Wilhelmina’s mooie bedoelingen in de 7 december toespraak? Avontuur na eindeloze beperkingen na de oorlog? Heroïek, smaak naar meer na het verzet bij de Binnenlandse Strijdkrachten? Jongensdromen? Hij is er later in antwoord van mijn moeder eerlijk over. Hij weet het zelf niet, verschuilt zich niet achter mooie praatjes, waarom ging ik naar Indië?

 

Het overvalt me hoe vreemd het is om de brieven tot en met juli ’48 weer vanuit de net herkregen bamboemanden met oud stof over te pakken in de schoenendozen.

Ouwe Mozes in de biezen, mandje in de Eufraat. Waar komt dit aan.

Een weloverwogen, met de broers en zusters besproken beslissing, de brieven en hun verhaal gewaarborgd in de geschiedenis in het archief van het NIOD.

 

 

Het demobilisatie reversspeldje

Ik kleed mij met aandacht, ik draag het zilveren reversspeldje uit mijn ouderlijk huis. Ik kreeg het onlangs van mijn broers en zussen. Ik draag het als ereteken. Op de ochtend van deze dag vind ik er eindelijk informatie over, met toegevoegde zoekterm lauwerkrans. Hoe toepasselijk. Ik leg de dozen op het steekwagentje dat ik uit Boekhandel Cursief meenam.

Brieven en karretje in de auto, ik ben er klaar voor, op naar het NIOD.

 

Niet zo makkelijk, bleekjes

 

 

Ingenieur Hupkes, mijn vader in het NIOD

Stephanie Welvaart van het NIOD neemt de dozen met brieven in ontvangst. Met haar heb ik in de aanloop naar deze overdracht steeds contact gehad.

Zo’n mooi daklicht in een klein kamertje

Voordat zij terug is met koffie lees ik de labels op een van de lades van een archiefkast. In deze kleine spreekkamer bij de studiezaal lees ik ineens de naam Hupkes Ir.

Dit is mijn vaders bijnaam in Indië! Omdat hij alles maakte wat er te maken viel. Reparatie en als het moest aanleg van spoorlijntjes, water- en elektriciteitsleidingen, bruggen, wegen. Een schuur voor de kanonnen. Keukens voor de koks. De inlandse werkers graag wilde betalen maar er was geen geld, sigaretten kregen ze meestal, soms uit zijn eigen zak.

 

Bizar, mijn vaders bijnaam op een archiefkast terwijl ik hier wacht

Lekke daken, horren, koplampglazen, banken voor de mannen in trucks, cantines. Tonelen, tafeltennistafels, volleybalvelden, schaakspellen.

Om het moreel een tamelijk dagelijks peil te geven, comfort, afleiding voor het afzakken, wegraken, verloedering, verwildering, te lang, gevoel van nutteloosheid, het eindeloze wachten. Machteloosheid, mateloosheid. Behoeden. Daarom.

Mijn vader was geen lieverdje, had z’n eigen opmerkelijke en donkere kanten. Hij zag de noodzaak en deed iets. Was het hoeden onderdeel van zijn opdracht? Deed hij het uit eigen initiatief? Ik krijg de vinger er niet op.

Wat! Hupkes!

Dit is zo’n moment waarop alles klopt. 

 

Stephanie Welvaart, gesprek in het NIOD, brieven bodem onder ons gezin

Stephanie en ik spreken uitgebreid over de brieven. Ik vertel dat ik trots op mijn vader ben en op mijn moeder. Dat mijn vader door zijn eigen brieven tot leven komt, een heel ander soort leven dan hoe wij hem kenden.

Dat hij lief en zorgzaam, open, een goede man is die in de guerrillaoorlog heel vaak tot goede keuzes komt, goede dingen doet en denkt. Die keer dat hij over de hoofden van de vluchtende mannen schiet die uit de omsingelde kampong wegrennen. Of die keer dat hij wel iemand neerschoot die later stierf. Dat hij naar hem toeging om hem te verbinden, zorgde dat de hospik kwam. Dat ze elkaar in de ogen keken en elkaar begrepen.

Dat zijn onderdeel D-batterij van II-6 RVA bij de zoveelste verhuizing naar een volgend militair kampement met harde hand orde op zaken stelde. Laten zien dat wij er zijn, wij of zij. Dat ook en toch wederzijds respect.

In elkaar rossen van gevangenen voor informatie in aanloop naar de eerste politionele actie, omstanders die joelen, hij die er wat van zegt maar geen gehoor vindt.

Toenemend geweld, misdaden als dagelijkse kost. Kampongs die na patrouilles worden verbrand, waarvan hij aan mijn moeder schrijft, er zal wel weer geen rapport van komen.

Dat alles wat ik lees en verwerk hem tekent wie hij toen was. Bevrijdt van zijn latere ik. Hoe mijn moeder in zijn brieven naar voren komt als een sterke vrouw, vele malen sterker dan wij ooit wisten.

Hoe onmetelijk waardevol. Een bodem met terugwerkende kracht onder ons gezin.

Ik teken de overeenkomst waarbij copyright in alle opzichten gewaarborgd is. Stephanie ondertekent wat zij ontvangt voor het NIOD.

 

 

 

Ik zou kunnen stoppen nu, hoe kan er ooit meer naar voren komen dan nu al het geval is.

Maar natuurlijk doe ik dat niet. Ik weet dat er nog twee overledenen komen. Twee mannen die op een foto van mijn vaders onderdeel kruisjes op hun hoofd hebben. Een van de mannen die op mijn oproep in Checkpoint Charlie reageerde vertelde dat mijn vader daar veel moeite mee had. Ik wil weten hoe mijn vader dat heeft ervaren. Het is zo belangrijk.

Ik wil weten of mijn vader het vol houdt om een goed mens te zijn, zo goed mogelijk een goed mens tot aan het einde van zijn tijd in Indië, december 1949.

Stephanie heeft nu deze dozen

Stephanie neemt de dozen van mij over, ze laat mij zien waar het archief is. In de kelder, achter de grote dikke kluisdeuren, nog uit de tijd dat het gebouw een bank was. Met klimatologisch ideale omstandigheden. Alleen professionals mogen erin. Mijn vaders brieven zijn hier op hun plek. Het is goed.

Archief achter de dikke kluisdeur


Wordt vervolgd.

 

 

 

1 Comment on “Blog 77: Mijn vaders brieven naar het NIOD (juni 2018)

  1. Wow! Dat is best een dingetje Hilma! Maar ik kan me voorstellen dat het ook bevrijdend gaat worden voor je 👍X

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *