Blog 55: Tweede jaargang, rijst pellen in de nacht, schieten met de bren onder de arm, tjoep tsjieng, meer bloed dan water in de mandiebak (september 1947)

January 13, 2015
Rijstpellerij

Kruisje op de kalender

Weer een dag om, weer een kruisje op de kalender en weer een heerlijke liefdevolle brief van jou. Ik probeer je zo goed mogelijk duidelijk te maken waar ik uithang. Vraag anders een landkaart van Oost-Indië bij een boekhandelaar in Dokkum. Wij zitten in kleine plaatsjes die niet in het nieuwsbericht voorkomen.

Vandaag weer niets gedaan, beetje in het kamp rondgezworven en onze dakgoten bekeken. Misschien kunnen we de regen afvangen. Het regende vanochtend weer banjak en het waterhalen gaf een hopeloos gedonder in de blubber. We hebben met twee kanontrekkers een wagentje water kunnen halen. We moesten met de ene wagen, de andere uit de blubber takelen, Het gaat niet meer. Nu ben ik bezig met het doortrekken van het spoorlijntje. Een stel gevangenen werkt er aan onder toezicht van de jongens.

 

Rare toean blanda’s

De meeste jongens gaan naar de eeuwig doorlopende waterstraal van de bron om zich in Adams kostuum zich af te poedelen, onder groot vermaak van de kampongbevolking. Ja schat, wat een land, wat een bevolking en wat een zeden. Als soldaat geneer je je niet zo gauw. Als het niet anders kan, kunnen ze ook mij doodleuk zien rondplassen en mogen ze me van alle kanten bekijken. Die rare toean blanda’s.

 

Snoep en drankrantsoen voor sigaretten is beter

Ik heb zopas het restant rantsoen van scheerzeep en snoepjes uitgedeeld. Er waren Javaplayers die de Welfare ons voor 20 ct per pakje wilde aansmeren. Alle jongens hebben ze geweigerd. Ik geloof niet dat we er andere voor in de plaats krijgen. Waszeep was er ook niet bij. We hebben nog een paar stukken en moeten er dan bijkopen. We kunnen niet pochen over de goede verzorging door het leger. Het leger doet er goed aan het drank- en snoeprantsoen af te schaffen en daarvoor in de plaats sigaretten te verstrekken.

Gelukkig dat mijn vrouw wat gifstokken stuurt en voor de rest kunnen we voldoende inlandse shag aanrukken.

We hebben de weekdienst afgeschaft om weer een mannetje uit te sparen. De wacht kan ’s ochtends de mannen wekken en de rest regelt zich wel vanzelf. Hier hoef je bij het uitdelen van het eten niet met je neus er bovenop te zitten zoals in de kazerne, ieder krijgt zijn portie wel. s ‘Avonds om 22.00 uur appèl houden is ook dwaasheid, niemand haalt het in zijn hoofd om de kampong in te duiken.

 

OVW-ers zijn hier gekomen om Indië te bevrijden en zelfstandigheid te geven, blijkt het toch om het koloniale systeem te gaan dan kan ons niets verweten worden

Er wordt op verschillende manieren over de OVW-ers gedacht en gekletst. Luister alleen naar het goede en laat de rest langs je heen gaan. Stel je boven dat kleingeestig gezwam Nan en houdt de hoofdlijnen vast. Ik ben niet bang dat ze je ompraten pop, maar het maakt me woest dat ze je verdriet doen.

Er wordt zo gauw geoordeeld en meestal door mensen die niet weten wat er te koop is. Ik weet dat het je zeer doet schat maar verzet je ertegen hoor. De OVW-ers zijn hier gekomen om Indië te bevrijden en zelfstandigheid te geven, net zoals de dienstplichtigen. Blijkt later toch, wat ik niet geloof, dat het weer het oude koloniale systeem wordt, dan kan men de OVW-ers en dienstplichtigen niets verwijten, maar draagt de gekozen regering de verantwoording.

 

Indië heeft rechten net als ieder land, overlaten aan de eerste de beste jappenvriend

Ik begrijp vaders standpunt best. In zekere zin moeten we Indië ook kwijt want het heeft recht, zoals ieder land, op vrijheid. Dat is ook de bedoeling maar niet op deze manier. Onze handel met Indië kunnen we niet missen, dat speelt ook een rol, de grootste rol. Indië heeft eeuwenlang onder onze leiding gestaan en we kunnen het niet zomaar overlaten aan de eerste de beste jappenvriend.

Wat gebeurt er in vrij Brits Indië? Dat zou ook hier gebeuren en wij zien het nu al iedere dag.

 

Indië nieuws raakt op de achtergrond, laat ze maar lullen meiske

Ik heb alleen kranten gekregen met de post. Het Indië nieuws raakt op de achtergrond. Het Friesch Dagblad heeft een beschouwing over de wrijvingen tussen Amerika en Rusland en andere moeilijkheden in Europa. Ik zie het er nog van komen dat wij hier het meest veilig zitten. Brrr schat, als ik alles lees en bedenk hoe dit allemaal kan gaan krijg ik kippenvel. Ik voel er soms veel voor om er later dan maar tussenuit te knijpen naar Canada of Amerika. De toekomst lijkt voor ons land nog niet rooskleurig. Ik ben geen pessimist hoor maar soms, je weet wel.

Het verhaal dat wij teruggeslagen zouden zijn stond zeker in het Republikeins legerbericht. Een communist moet dat wel geloven. Wel maken ze het ons vaak lastig maar terugslaan is er niet bij en is alleen voor de TNI weggelegd. Laat ze maar lullen meiske.

 

Er komt in de buitenwereld begrip voor de moeilijkheden hier, TNI beschiet de controleurs van het staakt het vuren

Het aantal gesneuvelden stijgt per dag maar het percentage is heel gering. We zitten hier met meer dan 100.000 man. Volgens de krantenberichten komt er in de buitenwereld begrip voor de moeilijkheden hier. Een goeie mop is dat een Britse en Australische Consul bij het controleren van het staakt het vuren beschoten zijn door TNI. Natuurlijk maakt Djokja ervan dat wij het zelf waren. Zij hebben zich lelijk in de vingers gesneden.

 

Pim’s krabbels bezorgen mij heerlijke kriebels, een scherp en gevoelig kereltje

Heerlijk mem dat ons klein vrouwke zo flink wordt, geef haar vanavond maar een extra koeske van heit, die zijn kleine zo graag even in zijn armen wil hebben. Het resultaat van Pim’s krabbels bezorgen mij heerlijke kriebels. Stel me voor hoe hij bij jou zit en de pen vasthoudt in zijn knuistje. We hebben kostelijke kinderen Nannie.

Wijnsen (Pim, Wim) wordt vernielzuchtig hoor en het ergst is dat het beppes spullen zijn. Die gevoelige tikken doen hem wel goed maar komen voor jou harder aan. Ik voel wat dat voor je moet zijn. Het was een hard gelag om door te zetten, vooral toen je de wind van voren kreeg van beppe.

Ik kan me voorstellen wat ze allemaal zei maar jij hebt goed gedaan en ik ben blij met mijn dapper vrouwke. Je zult nu Pim groter wordt, vaker voor zulke dingen komen te staan waar je tegen jezelf en je moeder moet vechten. Hoeveel verdriet het jou ook doet, ik weet toch dat jij doet wat jou het best lijkt. Ik maak me daar helemaal geen zorgen over en vertrouw je daarin ten volle.

Kinderen brengen niet alleen geluk maar ook verdriet en daarop moet je je op voorbereiden en aan wennen. Ik geloof dat Wijnsen een scherp en gevoelig kereltje is, net als memmi.

Hij zoekt verband tussen mijn foto, brieven en jouw schrijven en hij onthoudt -toe jonkje, nu moet ik weer aan heit schrijven-. Ook als je een formulier invult en hij heiti zegt, wat een scherpe opmerkingsgave heeft ons kereltje.

 

Dat je er zo goed tussendoor zeilt

Onze kleine man is wel zelfstandig, dat hij memmi geen handje wil geven. Hij ziet het gevaar nog niet. Dat hij je zo vaak ’s nachts uit bed laat komen is stout. Kun je hem nog niet laten brullen schat? Hij zal er ook aan moeten wennen dat jij wel eens weg moet. Je mag er niet om thuis blijven hoor. Ik begrijp dat het vreemd voor hem is maar hij moet vroeg leren dat er nog anderen zijn dan de pakes en de beppes. Met moeder is het moeilijk te fiksen schat. Als je thuis bent is het te druk en zo gauw je je hakken buiten de deur hebt is het te stil. Ik bewonder je dat je er nog altijd zo goed tussendoor zeilt, want ik weet wat het je vaak kost.

‘Dag Pim, Heiti vindt het fijn dat je aan hem schrijft maar je bent een beetje stout en moet ’s avonds slapen. Want anders plaag je memmi hoor. Een dikke tút jonge fan dyn heit.’

Ik vind het heerlijk jou te schrijven maar ik doe er altijd zolang over. Dat hindert niks maar soms wou ik wel dat ik het zo snel kon schrijven als jij, soms moet ik het korter maken om de tijd. Knuffel die kleine schatten van ons en zeg hen dat ik ze lief heb.

 

Patrouilles, smokkelen, onschuldigen de dupe

Er is net een patrouille van dertien man vertrokken om een hinderlaag bij Elburg te leggen. Zo noemen wij Eretanwetan, een klein vissersplaatsje. De afgelopen nachten zijn daar vernielingen aangericht. Het is mogelijk dat de TNI met kleine bootjes uit oostelijke richting komen. Op die manier smokkelen ze ook, ze komen zonder rijst te zitten.

Vanochtend is er een patrouille naar het Djatybos uitgerukt. Ze hebben vier personen neergeschoten, ze vluchtten het bos in en zijn vanaf grote afstand neergelegd. Er is verder niet naar omgekeken, het is te gevaarlijk om het bos van dichtbij te naderen.

Ik betwijfel of het TNI-mensen waren. Aan de ene kant is het wel goed en komt de schrik er goed in en aan de andere kant worden onschuldigen vaak de dupe. Er is een stapel brandhout van het staatsbos meegenomen voor de keuken. Hier moeten wij daar zelf voor zorgen. Ik zag er een paar mooie dwarsliggers voor het spoorlijntje tussen. Ze hebben ook een zwijntje geschoten, dat wordt weer lekker eten.

 

Noem het een soort verdriet

Je schrijft dat ik zonder hart geschreven heb. Jij bent geen sufferd die teveel piekert over een verloren mensenleven dat ook dierbaar is. Ik begrijp hoe diep jij het leed voelt wat daar weer van komt. Ons raakt het ook wel en in ons hart voelen we dat ook diep maar ook maakt het ons woest en hard. Wij piekeren er niet lang over, deels gelukkig maar, want anders hadden we geen leven. Jongens die blijven treuren om een vriend worden zenuwpatiënt en zijn niet meer geschikt voor het leger. In de regel heeft het een andere uitwerking en worden ze fel en schieten het liefst op alles wat hun loop kruist. Noem het een soort verdriet.

Wij kunnen elkaar toch wel begrijpen pop. Misschien krijg je vaker van die brieven maar lees dan tussen de regels schat. Nee, ik verberg niets voor je hoor en schrijf ook dat het gevaarlijk is. Misschien vergeet ik wel eens wat. Wij denken niet aan gevaar en maken evenveel plezier als in Depok.

 

Bloedjelink, niet zo gevaarlijk als je denkt, we doen als artillerist infanterie werk, de eerste schoten zijn zelden raak

Laat het me in soldatentaal zeggen. Thuis zitten ze veel meer in de rats dan wij. Wij doen rustig ons werk zonder onvoorzichtig te zijn. Als ik schrijf bloedjelink dan is het uitkijken geblazen. Ook wordt de term poeplink vaak gebruikt, maar dan is het meer poep dan link. De hardste soldaat heeft vaak een zwak hart maar laat dat niet blijken.

Als artillerist loop je niet direct gevaar maar hier zijn we manusje van alles en doen vooral werk zoals de infanteristen. Patrouilles hebben de kans om beschoten te worden, maar toch is het niet zo gevaarlijk als je denkt. Hun eerste schoten zijn zelden raak omdat ze meestal op grote afstand afgevuurd worden. Bij na-richten liggen wij allang in dekking en hopen dat ze gauw weer schieten en dan wat dichterbij. Meestal hebben ze het voorzien op een enkele wagen met weinig personen.

 

Sluipschutters zijn het ergst, ’s nachts licht van de rijstpellerij

Sluipschutters zijn voor ons het ergst, daar kun je niets tegen doen. Een goede sluipschutter schiet niet eerder dan dat hij zeker is van zijn schot, dus meestal op korte afstand, maar ook niet eerder dan hij zeker is er op tijd tussen uit te kunnen knijpen. Nu ons kamp een goede buitenverlichting heeft is daar geen kans meer op. De TNI zit niet zo dik in de sluipschutters, we hebben er hier geen last van. Onze jongens kunnen het beter.

Daarom draait de pellerij nu ’s nachts, wij hebben dan meteen verlichting. Daarvoor draaide de fabriek overdag en stond de motor ’s nachts stil en zaten wij zonder licht. Er wordt hoofdzakelijk met vrouwelijk personeel gedraaid. Het is een zielig gezicht die kleine vrouwtjes in hun vodden te zien werken.

Het personeel van de rijstpellerij

Ik voel me lekker, beter dan tot nu toe in Indië ooit en ik ben werkelijk niet veel in gevaar. En als ik op patrouille ben, gaat god met ons.

 

Goede opleiding in Moffrika, Heinrich schreeuwt hemel en aarde bij elkaar

Vannacht zijn er zeven gevangenen gemaakt, ik geloof niet dat het grote boosdoeners zijn. Vanmorgen hebben ze onder leiding van H. gewerkt. Heinrich is in Moffrika geweest en heeft daar een goede opleiding gehad die hij nu toepast. Schreeuwt hemel en aarde aan elkaar en gaat tekeer als een gek en jaagt de gevangenen met een bamboestok tot de uiterste krachtsinspanning op. Bah ik ben er strontmisselijk van.

Vanochtend had ik een jobje, moest naar de C-batterij om versterking te vragen voor een zuiveringsactie voor vanmiddag, we waren met z’n vijven, bren mee, mooi ritje en ik kreeg het voor elkaar.

Onze patrouille zit ergens voor een opengebroken brug vast. Vanochtend toen ik er langs reed was er nog niets loos, de kampongs langs de weg waren weer bevolkt en er werd op de sawa’s gewerkt. Het leek heel rustig. Per radio is er bericht gekomen dat ze hout nodig hebben. H. gaat er met een wagen, die nu door de gevangenen geladen wordt, op af.

 

In de hoek gedrukt, laf gevoel, ik vraag me af waarvoor de jongens sneuvelen

Ik voel me wel eens in de hoek gedrukt schat want zulke jobjes vertrouwen ze mij niet toe. Dat is gedeeltelijk mijn eigen schuld omdat ik laat merken dat ik een hekel aan rotzooi trappen heb en geef mij nooit vrijwillig op voor patrouille lopen zoals veel anderen wel doen. Bang ben ik er niet voor maar ik heb te weinig ervaring omdat ik bij I-6 RVA nooit gepatrouilleerd heb en er ook hier tussenuit geweest ben naar het hospitaal. Ik ben nog weinig op de hoogte met de omgeving. Als ze me wegsturen OK maar ik vraag er zelf niet om. Ook zie ik er, zolang de toestand zo is, weinig heil in en ik vraag me af waarvoor de jongens sneuvelen.

Dan nog een reden waarom ik er niet vrijwillig op uit ga, ik heb vrouw en kinderen. Toch zoals nu ook, kan ik er niet tegen en heb een laf gevoel over me. H. moet de donkere nacht in en op de kaart rijden, want onze patrouille zit in een streek waar ze nog niet eerder geweest zijn. Ik heb een ontevreden gevoel, dat ik het door een ander op laat knappen.

Ik blijf rustig aan jou zitten schrijven. Kun je me begrijpen Nan? Geef je mening schat.

En ik heb ook te weinig vertrouwen. Van Jezus getuigen kan ik niet en toch noemt hij ons het licht der wereld. Eerst moeten we god om licht vragen voordat we het kunnen schijnen. Wij zijn vaker een afschrik- dan een voorbeeld. Bij mij is het nog zo donker Nan.

 

Pijpleiding, kampwerk en versterking van commandotroepen

Buiten de acht man wacht is er praktisch niemand binnen. Heb regenpijpen van de officierswoning gesloopt en een pijpleiding gemaakt naar een van de mandiebakken. Na een flinke bui is de bak vol, dat scheelt met het waterhalen. Een nieuw kamp brengt altijd veel werk met zich mee en dat ligt me.

De kapitein vertelde net dat we 30 man versterking krijgen, alsof het een geheim was. We liepen het terrein over om de veranderingen te bespreken. Het zijn geen overgelopen Indische soldaten die eerst tegen ons vochten, zoals wij eerst dachten. Het zijn commandotroepen van het KNIL-leger. Vrijwilligers die in Hollandia (nieuw Guinea) hun opleiding hadden. Het is de bedoeling dat zij het zaakje opknappen en wij ons houden aan wachtlopen en kampwerk en bruggen repareren.

Ik heb goede hoop dat we met onze versterking goede resultaten halen. Zij kennen het land en de methodes van hun broeders en ook bij het doorzoeken van de kampongs zijn ze veel linker. Ze pikken veel beter de goeden en slechten eruit.

Even de jongens op hun mondje tikken. Ze zijn tot in Kroja (een kampong verderop, bloedjelink) te horen met hun Fryslân boppe. Alles is nu rustig maar we blijven wakker in de wacht. We liggen met drie brens in de wacht en kunnen een aardig vuurtje weggeven.

 

Twijfel of ik je alles zal schrijven

Ik heb beloofd dat ik je alles zal schrijven maar toch heb ik vandaag in tweestrijd gestaan, zal ik mijn vrouw alles schrijven of is het beter dat ze het niet weet? In je laatste brieven schreef je weer, ik moet alles weten. Ik zal alles eerlijk opbiechten Nan te beginnen bij het begin. Zo erg is het niet hoor, laat ik je geruststellen dat ik kiplekker ben.

Ik verveelde me stierlijk en was blij dat ik een vernielde brug moest repareren.

De zuiveringsactie is goed verlopen en heeft niet veel opgeleverd, er zijn wel enkele gevangenen gemaakt. Dacht eerst dat het vrouwen waren vanwege het lange haar, net zoals bij vrouwen opgebonden als een knoedeltje in de nek.

De ltn. en ik gingen met zeven man op stap. We namen een lading hout, gereedschap en elf gevangenen mee. Ze waren al gesorteerd en de kwaaddoeners werden naar Pamanoekan gebracht. We hebben de gevangenen eerst meer hout uit de kampong laten halen. Met passen en meten en zagen kreeg ik het goed en wel vastgespijkerd op de stalen onderbouw. Toen we er met de zware drietonners over reden kraakte het wel maar dat is deugd.

Ik dacht dat we terug zouden gaan maar we moesten nog een controleritje over Elburg maken. Alles was rustig en we zagen weinig mensen.

 

Eerste vuurdoop met zwaar vuur

We kwamen bij een kampong waar de weg midden doorheen liep. We waren er net toen we zwaar vuur van voren en van links en rechts kregen. De dichtstbijzijnde schutters zaten op 10 tot 15 m tussen de dichte begroeiing van de kampong. Ik kreeg de eerste vuurdoop van mijn leven en zal die niet licht vergeten.

Ik zag de vuurstralen op ons afkomen want ik zat hoog op de wagen en kon over de cabine heen alles zien. Een goed geslaagde hinderlaag van de TNI in ons gebied. Ze hadden onze brullende wagen zeker op grote afstand al gehoord en hadden nog tijd om een goede dekking te zoeken.

Er was geen kop te zien. Hoe we zo snel allemaal van de wagen kwamen, die gestopt was, weet ik nog niet. Wel weet ik dat ik met sten en al met een kwak op de grond terecht kwam. De kerels schoten als gekken en hadden profijt van het eerste verwarrende moment. Goddank schoten ze slecht en kwamen we, op eentje na, heelhuids in dekking naast de weg in een diepe greppel met water.

Onze brenschutter was de kluts kwijt en kon er niet afkomen. Uiteindelijk lukte het hem toch en het is een wonder dat hij niet geraakt is in dat helse schieten. Volgens hem was een van de gevangenen op slag dood en een tweede gewond, de rest van die knapen is verdwenen en hebben we later ook niet meer terug gezien. We hadden meer dan genoeg aan ons zelf en erg was het niet dat ze er tussenuit geknepen waren want wij hadden ze na afloop van het repareren van de bruggen toch laten gaan.

Toen we allemaal in dekking lagen onder het daverend schieten en de eerste schrik een beetje voorbij was, kwamen we tot de ontdekking dat soldaat K. gewond was. Eerst had hij er niets van gemerkt. Hij bleek een schot in zijn linker bibs te hebben, later bleek de kogel schuin omhoog in zijn lichaam gedrongen te zijn, hij braakte wat bloed.

Ik ben door het water tegen de andere wal opgekropen om een overzicht te krijgen. Niks te zien maar wel te horen en ik kon waarnemen uit welke richting het vuur kwam. We hebben een kort spervuur in de kampong afgegeven. Toen kwam ook onze brenschutter in actie. Onze wagen stond midden op de weg stationair te draaien en we hoorden de kogels inslaan. Op ons vuur werd het stil maar zodra wij stopten begonnen zij weer. De kerels hadden zich iets in de kampong teruggetrokken.

Drie jongens waaronder een korporaal en de brenschutter waren totaal de kluts kwijt. De rest schoot als gekken. Heb ze gewaarschuwd een beetje zuinig te zijn met onze piepers en ze wat moed ingesproken. Zelf stond ik doodsangsten uit en heb god in nood gebeden om uitredding uit onze benarde toestand.

 

Dierlijk gebrul, tjoep tsjieng van kogels en schieten met de bren onder de arm

Toen we zo een tijdje over en weer geschoten hadden, kwamen de kerels onder dierlijk gebrul verder opzetten. Ik kon niets zien maar hoorde wel de schoten steeds dichter bij komen. Hun vuur lag hoog zodat niemand gewond raakte. Ik kreeg mijn kalmte weer en heb de bren overgenomen. Onze brenschutter kon niet meer en was half verlamd van schrik. De ltn. heeft nog geprobeerd de wagen te redden, het ging niet meer, het vuur was te hevig.

Ik heb toen met de bren korte vuurstoten in de kampong afgegeven om de heren op afstand te houden. Toen zijn we langzaam onder dekking van de bren teruggetrokken. K. kon nog mee kruipen. Het hysterisch krijgsgehuil dat tot merg en been dringt, is een teken dat ze tot de aanval overgaan, dus pak de biezen.

Ik schat hun sterkte op minstens 100 man. Ik ging telkens snel een eind terug, waarbij het tjoep tsjieng van de kogels over me heenging, zocht snel een nieuwe dekking en blafte er dan op los. Het had werkelijk een goede uitwerking want ze kwamen niet dichterbij.

Wanneer de anderen weer 50 m verder waren, weer terug en opnieuw. Het ging heel langzaam door K. Toen we een 100 m uit de kampong waren ging het iets beter en vlugger omdat ik ze met de bren in de kampong kon houden en de vuurafstand groter werd. Toen konden ze lopen in plaats van kruipen. De wagen konden we met al het materiaal en gereedschap, waaronder het geweer van K, niet redden.

 

Door god bestuurde kogels

Toen we zo’n 200 m uit de kampong waren zag ik de duivels aan weerszijden van de weg tevoorschijn komen en de sawa’s induiken om een poging tot omsingeling te doen. Ik heb toen de riem van de bren om de nek gedaan en heb zo, met de bren onder de arm, midden op de weg van links naar rechts gerakeld.

De brenhelper die de munitie draagt, bleef dicht bij me en hield steeds een magazijn klaar. ’k Was er toen helemaal door en heb met zo weinig mogelijk munitie de kerels gedekt kunnen houden. Wel vlogen ons de kogels om de oren maar die werden door god bestuurd. Het was de enige kans om een omsingeling te voorkomen. We bereikten heelhuids de volgende kampong en toen heb ik niet meer geschoten omdat ik nog maar drie van de elf magazijnen over had en om de kerels in de waan te laten dat we ons opnieuw hadden opgesteld en het voor hen moeilijk was om door het open veld een achtervolging voort te zetten.

 

Even je gezicht zien

Ik wou wel je gezicht even zien en je hart voelen kloppen XXXXX.

Het lukte en ze gaven de achtervolging op. K. gaf het op en moest gedragen worden. We vonden in een kamponghuisje langs de weg een brakke bali bali (houten slaapbaar) en legden hem erop. Het dragen ging moeilijk en langzaam. Steeds wisselen omdat we allen bekaf waren. We dekten onze gewonde af met onze bovenjasjes, zodat we bijna allemaal met blote body liepen. Ik heb ook meegesjouwd maar hield het niet lang vol.

Het was toen al 18.30 uur, zo haalden we het niet, de dichtstbijzijnde post van ons was nog 8 km. Goede raad was duur. We hebben een stel kampongbewoners in de kraag gepikt en hen laten dragen, dat ging een stuk vlugger want zij zijn het gewend. Een van hen, een geschikte kerel, wist een betere draagbaar bij kennissen. K. viel steeds bijna door het wrak heen. Heb meteen de kennissen ook meegenomen.

We kwamen bij het kruispunt waar we ook vandaan kwamen en hebben wat fietsen opgesnord. Twee jongens zijn daarop naar de dichtstbijzijnde post gereden om hulp te halen. Wij liepen door, over de brug en 300 m verder. Ik ben met de brenhelper teruggegaan en wij bewaakten de brug. De jongens moesten ongeveer 4 km fietsen dus wij konden over ongeveer een half uur hulp verwachten. Die bleef uit. K. was steeds bij maar leed veel pijn en verloor veel bloed.

 

Een lopende patrouille kwam ons te hulp

In plaats van een wagen kwam een lopende patrouille ons te hulp. Even later kwam een brencarrier met radio die direct begon te zenden naar de verschillende posten om de gewonde zo snel mogelijk af te voeren. Er werd snel een veldbed gehaald en de C-batterij kwam met een wagen om K. op te halen. Intussen werd Soebang ingeseind en die stuurden een ambulance met dokter naar de C-batterij. Het was intussen 21.30 uur. De korporaal en onze jasjes zijn meegegaan. De eerste omdat hij compleet over z’n toeren was en de jasjes omdat ze vergeten waren dekens mee te sturen. Wij zijn toen naar een kamp waar een kleine bezetting van de C-batterij lag, gebracht.

 

Wonderlijke uitredding, teruggereden

Ik heb gedankt lieveling voor de wonderlijke uitredding. We hadden razende dorst maar verder was alles OK. We kregen eten en drinken en ze deden al het mogelijke voor ons. We voelden ons weer lekker in de geleende jasjes en met de gekregen sigaretten. Ik heb nog lekker een uurtje op een veldbed liggen uitblazen.

Intussen werden verschillende onderdelen per radio gewaarschuwd en zijn we later om 4 uur in de nacht met drie brencarriers, bewapend met Vickers (zware mitrailleurs die er per sec een paar honderd kogels uitknikkeren), een gepantserde wagen en een drietonner waar wij allemaal opzaten, naar de plaats van de aanval teruggereden.

 

Denderend salvo in de kampong, antwoord op akelig krijgsgehuil, kampong doorzeefd

Toen we de kampong genaderd waren zagen we onze wagen nog nabranden. De knapen hadden hem in de fik gestoken. De drie Vickers kwamen in actie en gaven een denderend salvo links en rechts in de kampong. Een machtig geluid dat lang nadreunde in de stille nacht, een antwoord op het akelig krijgsgehuil van de vorige avond.

Het deed ons goed Nan.

De kampong werd helemaal doorzeefd. Vrij zeker was er geen kip meer in de kampong want ze hadden ons natuurlijk van ver aan horen komen. Een paar km verderop gingen een paar seinkogels de lucht in, dus daar hebben ze gezeten. We reden al schietend de kampong in en stopten bij de wagen. De banden brandden nog na, niets meer aan te redden. Ik vond nog twee koevoeten en twee schoppen met uitgebrande stelen, een zware hamer zonder steel en een trekzaag en wat spijkers. We namen alles mee.

We reden daarna verder over Elburg, waar we afscheid van ons escorte namen. Toen over de hoofdweg terug naar ons kamp waar we 5.30 uur in de ochtend aankwamen.

Er lagen twee brieven waar ik er eentje van heb gelezen en ben toen overgelukkig, zo vuil als ik was, god dankend, in bed gekropen. Ik heb heerlijk geslapen tot 12.30 uur en nu weet je alles schat.

Kan mijn meiske het verdragen of moet ik zoiets niet meer schrijven? Ik hoop geen tweede keer zoiets mee te maken God heeft ons genadig bewaard en nu ga ik weer lekker m’n bed in. Nacht lievelingen van mij XXX

 

Psalm 91, schepselen gods doen elkaar de ellende aan, nietig leventje

Na de beschieting heb ik psalm 91 gelezen, gods vertrouwen in gevaren. Heb uw vijanden lief valt niet mee schat. Toch heb ik geen haat tegen die mensen omdat ze niet beter weten. Ze maken je wel eens woest hoor maar door de beschieting heb ik toch geen haat gekregen. Het zijn schepselen gods met een onsterfelijke ziel.

Het is vaak een moeilijk begrip dat god regeert. Het lijkt er meer op dat de duivel de scepter zwaait en dat is in zekere zin ook zo maar onder toelating gods die de wereld straft voor het ongeloof. Daar komt alle ellende, oorlog, honger, ziekte enz. uit voort. Het niet geloven in Christus als zaligmaker. God heeft de wereld niet voor ons geschapen maar voor zijn eer. Al die ellende komt niet van god maar doen de mensen zichzelf aan. In plaats van eren, lof en dank brengen, laten we god voor wat het is en leven voor onszelf met alle gevolgen van dien. Wij moeten steeds weer onszelf uitschakelen en hem dienen.

Je weet wat daar van terecht komt, ’t Is steeds ik, wij, ons geluk en leven. Laten we bidden dat hij ons wil vasthouden en ons sterken. Ik weet wel hoe het moet maar doe er niet naar. Als je alles nagaat, wat is ons leventje dan nietig en is het louter genade dat wij elkaar nog mogen liefhebben.

 

Ik sta te preken pop

Ik bid dat deze tijd ons dichter tot Jezus brengt en wij hem later niet vergeten. Ik sta te preken pop, kun jij er wijs uit worden? Ik begrijp mij vaak zelf niet, het is vaak zo potdicht en ik wil het zelf uitknobbelen. Nu schei ik er weer mee uit Nanneke.

Voor mij is het soms ook zo onzeker en kan ik niet schrijven, net zoals bij jou. Dan heb ik zo’n razend verlangen en heb nergens puf in. Het duurt gelukkig nooit lang, dan weet ik weer dat ik verder moet en krijg de kracht daarvoor.

De kapitein kwam nakaarten over de achtergelaten wagen. Ze mogen bij mij komen van dit of dat had je moeten doen. Ik wil wel eens zien hoe hij een wagen er tussenuit haalt waar de kogels op regenen. Dat moet er verdorie ook nog bijkomen, ik heb verteld hoe ik over dat dooie spul dacht.

 

De fanatiekelingen joegen hem een kogel door de kop

De foeragewagen is vanmorgen om 8.00 uur vertrokken uit Pamanoekan en was de hele dag bezig om de C- en D-batterij van bikkement te voorzien. Bruggen en weggedeelten waren vannacht weer opgebroken. Wij werden ongerust over het lange wegblijven. J. is er met een stel op uitgetrokken om ze op te snorrren. Hij trof ze op de binnenweg naar de C-batterij. Hij heeft onze broodjes overgenomen zodat de foeragewagen weer meteen terug kon rijden. De jongens waren moe van het harde werken.

Bij de C-batterij hebben ze inlandse versterking gekregen en die zijn meteen in actie gekomen. Op patrouille kwamen ze een kerel tegen die nog bezig was de weg te vernielen. Hij vertelde dat hij aan zijn vijfde afbraak bezig was. ’t Was ook zijn laatste. De fanatiekelingen joegen hem een kogel door z’n kop, smeten hem in het gegraven gat, palen erover en het gat was weer gedicht.

Doordat de bruggen en wegen zo gesaboteerd worden kon onze versterking nog niet komen.

Vanochtend is er een patrouille in oostelijke richting vertrokken waar we een tijd niet geweest zijn. Van de vele bruggetjes was er geen enkel paaltje te vinden. Ze vonden nog een partij rijst maar het wordt een toer om die hier te krijgen. J. kwam met een oude kris en dolk binnen. Die moeten ingeleverd worden, maar hij wil ze proberen achter te houden. Als dat lukt neem ik er een over.

 

Is het de minister bekend dat er moordpartijen en plundering plaatsvindt door Hollandse militairen?

Vandaag zijn de 35 man versterking aangekomen. De vier onderofficieren liggen bij ons op de kamer. Het lijken echte vechtjassen en ze hebben er al twee jaar als OWV-er opzitten.

Ze hebben ook op Celebes gevochten. Daar is nogal wat stof over opgewaaid in de kranten. Is het de minister bekend dat moordpartijen en plundering bedreven wordt door Hollandse militairen op Celebes? Nou geloof maar dat ze daar opruiming gehouden hebben want daar was de rust weergekeerd.

Ik denk dat ze hier dezelfde krasse maatregelen toepassen, wat hier ook wel nodig is. Dat is de enige manier om het hier rustig te krijgen. Wij zullen de wacht wel moeten kloppen, dan kunnen zij zich aan hun zuiveringstaak wijden.

Ik kan er niks aan doen schat maar het liefst ging ik met hen op pad. Ze zijn gekleed in camouflageoverals en dragen groene baretten. Ze zijn bewapend met Tommyguns (machinegeweren), bren en mortier. Het is een ruw volkje, ik heb tenminste in tijden niet zoveel knopen gehoord. We kunnen ze maar net bergen en zitten nu propvol. Ik krijg het nog wel druk met het aanbrengen van verbeteringen.

 

Ons ploegje en de lieve jongens van de commando troepen

 

Meer bloed dan water in de mandiebak

Weer een hele tijd zitten kletsen. Er worden krijgsverhalen opgedist. Nou pop dan kan ik mij wel opbergen hoor. Zij hebben meer bloed gezien dan er water in de mandiebak zit. Ze willen morgen meteen het Djatybos in. Ik denk toch dat ze weinig zullen vinden, want wanneer wij met een sterke patrouille uitgaan, is er ook niks te zien. Ze zullen zich in kleine groepjes moeten verdelen om succes te hebben. Hun eerste patrouille had geen succes, in de verte zagen ze wel een paar kerels weglopen en in de kampongs waren alleen vrouwen en kinderen.

Ik geloof wel dat het een gezellige boel wordt en dat we goed met elkaar kunnen opschieten. Het zijn vlotte, voor Hollanders veel te vlotte jongens die graag plezier maken. En het zijn ruwe jongens maar toch goede boys, hun onderlinge kameraadschap is prima. Een van de sergeants kwam met een aardig theepotje aansjouwen. Dat is hij kwijt, ik heb het nu. Ik heb hem gevraagd de volgende keer de kopjes mee te brengen want aan een theepotje alleen heb jij niets.

 

Hogere capaciteit pelmachines, sabotage, toean blanda laat zich niet bij de neus nemen

Heb in de fabriek gewerkt, ik zie er uit als een molenaar. De capaciteit van de machines is nu veel groter. Ik heb de pelmolen en de sorteermachines bijgesteld en ik hou het nu onder controle. Het was een gokje want ik heb er weinig verstand van en nog nooit eerder een rijstpellerij zien werken. Maar ik heb de afgelopen week geleerd, aan de machines geprutst en ze bijgesteld en nu maken ze me niks meer wijs. De zware drijfriem van de pelmolen knapte en die hebben we weer gefikst.

De machines doen het nu veel beter en leveren een beter product. Vannacht hebben we met gemak 150 gehaald, eerst was het 80 tot 100. Ik gaf opdracht om er 150 te draaien en het lukte. Om 5.00 uur stond ik op om te controleren en er was nog 45 min over om de nachtploeg af te lossen en ze hadden niet hard hoeven werken.

Ik zit op wacht en heb net een rondje in de fabriek gemaakt. Een paar baboes aan het werk gezet die een dutje deden achter de rijst en hun zusters al het werk lieten opknappen. Een tijdje later heb ik me kwaad gemaakt. De fabriek stond stil, dat stel wijven dat bij de dorsmachine werkt lag languit op de padi (ongepelde rijst) te grinniken.

De dorsmachine was verstopt, toen ik er wat aan deed draaide het zaakje binnen de minuut. Ik verdenk hen van sabotage. Ze kunnen 200 zakken afleveren en nu hebben ze er nog maar 60. Als het jongens waren wist ik er wel raad mee. Ik ga ze nu regelmatig controleren en als ze weer grote bossen tegelijk erin flikkeren laat ik ze tot na zes uur doorwerken, totdat ze in de gaten krijgen dat deze toean blanda zich niet bij de neus laat nemen.

 

Ik ben wel eens bang dat ik harder wordt, de baboes grinniken niet meer

Ik ben wel eens bang schat dat ik harder wordt, niet voor jou maar dat je toch wel eens kunt schrikken van een keiharde uitval. Wijs je me er op dan?

Ik heb weer even een kijkje genomen en ze hadden me in de gaten. Ik had de geladen sten bij me en ik geloof dat ze denken dat ik er ook mee durf te schieten. Het gedonder met die wijven is nu afgelopen, ze weten dat ze door moeten werken wanneer de opgegeven zakken niet gehaald worden. Als ze nu de dorsmachine vast laten lopen of de drijfriemen eraf laten lopen dan hebben ze zichzelf te pakken. Als er nu geen mankementen zijn kunnen we 175 halen. Het loopt gesmeerd. De baboes grinniken niet meer als ze me zien.

De jongens verklaren me voor gek dat ik me zo druk maak. Ik heb er plezier in en doe het niet voor de Chinese eigenaar, die weer in Batavia zit. Ik doe het voor de voedselpositie, want er is nog steeds een groot tekort. Ik schep wel een beetje op schat.

 

Eind september en tweede jaargang!

Het is precies een jaar geleden dat ik mijn vrouw en kind gedag zei, voor hoe lang??? Het was een lang jaar en toch ook weer kort. Nu mogen we aftellen. De laatste loodjes wegen het zwaarst. Ik weet schat hoe diep jij alles beleeft en het vaak ontzettend zwaar hebt maar nu mogen we blij zijn. We bidden dat god ons weer genadig wil zijn om niet, want verdiend hebben we het niet.

Alles OK maar banjak druk, stoffige zoen, pas uit de fabriek, die ik nu onder controle heb. Alles van je gelukkige man, koeskes voor onze Pim en poppie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *