Blog 4: De club van 85+ mannen

April 14, 2012

Checkpoint Charlie en de oudste veteranen

Het is intussen twee jaar geleden dat ik een oproep plaatste, wie kende Klaas Bruinsma uit het verzet en uit de Indië-tijd, in Checkpoint Charlie, een blad voor veteranen. Er reageerden acht mannen per telefoon, allen zo rond de 85 jaar. Sommigen kenden mijn vader niet en belden toch. Indrukwekkende verhalen hoorde ik. Over oorlog, soms niet eens in Indië, zoals K.S. uit Rotterdam, hij is knap, zacht en lief en schudden voor gebruik, dat is zijn binnenkomer.

Dat hij als jochie dwangarbeider was in de haven, op een werf en getuige was van sabotage. Dat hij opgepakt werd, opgebracht op het hoofdbureau aan de Heemraadsingel en daar geen schoonheidsbehandeling kreeg. Toen naar Duitsland afgevoerd, van concentratiekamp naar concentratiekamp gesleept, sloegen je wezenloos, kapos uit eigen land waren het ergst, die sloegen voor elke kleine misstap extra hard voor een extra boterham. Dat hij zich geen twee keer bedacht toen hij na de oorlog zich op kon geven voor de strijd in Indië, had hij tenminste eten en een broek aan de kont. Hij heeft mijn vader nooit gekend. Hij reageert op de Tegelberg, die wordt zelden genoemd. Hij vertelt over die stinkboot, die tot troepenschip verbouwde vrachtschuit.

Als we het gesprek beëindigen zegt hij, als je ooit nog een sociaal werker nodig heb dan moet ik hem maar bellen. Nog lang blijft het nasudderen, zal ik hem helpen ook een oproep te plaatsen, maar ik doe het al met al niet.

 

Schuld op het Eiland Onrust

Of V. uit DB, hij belt, hij herkent mijn vader van de foto, hij zag hem in de hal en vroeg hem of hij er ook op uit werd gestuurd om te vechten. Welke hal, hij herkent hem van de foto, kan dit vraag ik mij onmiddellijk af of is het een aanleiding voor een gesprek en het maakt geen verschil.

Van Duitsland tot Indië, hij deed alles alleen en nu weer want hij is weduwnaar. Hij worstelt met een zwaar gewicht uit die tijd. Een groot geheim. Ik heb eerst internet afgestruind om te zien hoe geheim het geheim nu nog is en gezien de opbrengst, durf ik het aan het hier te vertellen. Ze waren jonge jongens en er werden mooie vrouwen op hen afgestuurd, met syfilis. Degenen die zich lieten verleiden tot plezier en uiteindelijk de pineut werden met een dodelijke geslachtziekte, werden achtergelaten om te creperen op het Eiland Onrust. Ze werden als vermist of als gesneuveld opgegeven.

V. komt soms de toenmalige echtgenote tegen van een maat die het zo verging. De schuld van weten en zwijgen kwelt hem en toch houdt hij vol en vertelt het haar niet en weet niet of hij daar goed aan doet. Van hem krijg ik de foto van de Tegelberg opgestuurd en later opnames van de landelijke veteranendag.

 

Troepenschip De Tegelberg

Ooggetuigenverslag politionele acties

P.J, ik moet vragen of ik zijn naam mag noemen, is inmiddels een vriend. Hij kende mijn ouders uit die tijd, hij is in dezelfde streek in Friesland geboren. Hij schreef over zijn eigen correspondentie met zijn verloofde van toen, een boek voor zijn kinderen, zodat zij weten hoe het was, er zijn geen geheimen.

Hij heeft er nog één exemplaar van.

De volgende dag belt hij weer, ik mag zijn boek lezen, hij stuurt het per post op. Maar hij heeft het nodig om er meerdere exemplaren van te maken, voor zijn kleinkinderen. Ik ben met stomheid geslagen.

Ik lees driedubbel hard en herken zoveel van hoe hij denkt en doet, in mijn vader, van hoe het voor hem was, moet het ongeveer voor mijn vader zijn geweest. Jongens van de klei, vanuit de oorlog, waar niets kon en mogelijk was en niemendal te beleven viel, jongens die nog geen trein van binnen zagen, overgeplant naar de bush, naar de oorlog aan de andere kant van de wereld. En weer terug komen.

P.J. is bezig met zijn tweede boek, een ooggetuigenverslag van hoe het was om als groentje patrouille te lopen in de bush, om mee te doen aan de politionele acties. Zijn gezondheid laat het vaker afweten dan hem lief is, hij vordert gestaag. Elke keer wanneer ik mijn moeder opzoek, ga ik ook bij hem langs. Hij vertelt veel. Hij heeft zo gehuild toen hij zijn eerste boek schreef, zijn vrouw was al overleden.

Hij zegt ik heb een uitlaatklep gehad maar dat hebben de meesten niet. Hij brengt het verleden dichtbij, de geschiedenis maakt hij gewoon dagelijks leven, voor zover het gewoon is.

Hij heeft van zijn eerste boek extra exemplaren laten maken, voor een iets grotere kring dan zijn eigen familie. Hij vindt het niet geschikt om door een groot publiek te laten lezen. Mijn familie is uitverkoren in deze, ze leest en herkent vergelijkbare dingen die ik ook zag, hoe dichtbij kun je komen, hoe werkelijk kun je bijna aanraken, in tijden die wij anders amper kunnen volgen.

Ik hoop zo dat het hem lukt dit tweede boek te schrijven, als hij hulp nodig heeft, ik bied het aan en tot nu toe is het niet nodig.

 

Hoe verder met de club van 85+ veteranen

Allemaal hebben ze het over, en weer terug komen. En dat het allemaal terugkomt. Hoe ouder hoe meer. Ik merk dat ik deze verhalen uit moet schrijven. Of ik ze wel of niet in Taboe in het theemeubel kan plaatsen, of ik ze apart misschien hou, misschien op deze blog zet, of er niets mee doe, ze moeten verteld worden, al is het om het vertellen zelf. Twee jaar zijn verstreken maar ze laten me niet los.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *