Blog 35: hospitaal deel III (maart 47)

June 25, 2013

Of mijn vader even op wil schieten in het hospitaal, dan kan ik deze episode eindelijk afsluiten

 

Het moet nog gekker worden, ik wilde een laatste blog aan het hospitaal wijden, in totaal drie stukjes daarover leek mij mooi genoeg, en dan weer verder. Overzichtelijk.

Intussen is het meer dan een maand verder sinds ik de laatste blog postte, mijn vaders rugpijn is al lang over, de restpijn zit in zijn linkerbeen en hij ondergaat een experiment met bedrust en stoven in het oventje. Hij rolt van oorontsteking naar buikpijn en dysenterie, maar niet zo erg dat hij ervoor afgekeurd wordt, is meestal toch kiplekker.

Schaakt, damt, speelt Stratego, leest en maakt aquarellen en schrijft vooral veel, van anekdotes tot ziel en zaligheid. Tot de moed hem langzaam maar zeker voorbij de schoenen sijpelt. De artsen laten niets los, hij is in het ongewisse waar hij zal eindigen, kan hij nog terug als commandant op het stuk of is hij gedoemd om voor spek en bonen te zien hoe anderen zijn werk voor hem doen, zal hij het opgeven en zich expres af laten keuren, godbetert, hoe ver kan dit nog gaan?

Hij betekent thuis zoveel meer dan hier, is thuis zo hard nodig, het staat in geen verhouding met zijn aanwezigheid hier. Het begint te lang te duren en naar mate het moment van de grote gebeurtenis thuis, de geboorte van hun tweede kind dichterbij komt, hoe meer het te lang is en hij en zijn moed wegkwijnen. Hij denkt vaker en vaker terug aan de geboorte van hun eerste kinderen en zijn zorgen en onrust lopen op. Zijn brieven worden evenredig korter en minder vrolijk.

Ik wil hem wel toeroepen, heb geduld, het komt goed. Wat wil ik graag dat hij uit deze onzekerheid verlost wordt, mijn opgeworpen zogenaamde deadline van drie max, is geschrapt. En hoewel ook mij af en toe de moed ontglipt, wat moet ik toch met al die brieven, waarom doe ik dit in vredesnaam, get a life in reality time yourself en dergelijke, en ook praktisch, ga ik tussendoor rapporteren over de stand van zaken in het hospitaal of gewoon stug doorgaan met lezen tot hij er uit komt?

Ik pak toch elke keer weer de ene na de andere brief en ben vooral benieuwd hoe hij zich hier doorheen werkt. Want dat doet hij.

En dan is daar eindelijk het verlossende grote nieuws: mijn oudste zus is geboren. Mijn vader kan zijn geluk niet op! Hij veert op! Hij krijgt het telegram op 6 april ‘47, mijn zus is op 3 april geboren.

En dan valt de grote stilte. Mijn moeder schrijft tijdens de dagen na de bevalling niet meteen, de post doet er minstens zeven dagen over, verstoken van nieuws hoe het met het kersverse zusje is, hoe het met mijn moeder is en met hun jonkje. Hij vertrouwt erop dat het goed is want anders kreeg hij weer een telegram, maar ondanks die overtuiging ontploft hij bijna. Hij ontvangt haar eerste brief pas twaalf lange dagen later, op 18 april met alles wat hij wil weten, op 19 april stort hij in, hij heeft een pestbui.

Ineens is het zover, na meer dan twee maanden ziekenhuis en bijna geen verschil van zijn klachten ervoor en erna, mag hij met de diagnose chronische ischias, eindelijk vertrekken.

Tussen zijn opname op 18 februari ’47 en zijn ontslag op 25 april ‘47, zitten negen weken en 52 brieven.

Mijn idee om een afsluitend stukje hospitaal te plaatsen, als blog 35 lukt niet, er is te veel en het raakt veel te versnipperd wanneer ik te veel schrap. Bovendien wil ik af van die ‘voor een blog veel te lange stukken’. Uiteindelijk zijn het relatief nog steeds vrij lange stukjes, geen snelle digitale mediakost, het slot hospitaal valt uiteindelijk in blog 39.

 

 

Mijn vader vertelt verder vanuit het hospitaal, naar zaal 11 en bakken in het oventje

 

Gister een heerlijke lange brief, ik had het nodig. Ik was een beetje down, nergens puf in, de hele lange morgen geslapen en gedommeld en aan jou denken. Ik dacht weer aan 19 maart 46 (geboorte oudste twee kinderen, waarvan er eentje overlijdt), toch ben ik dan dicht bij je, zit naast je op bed en hou je hand vast, zul je daaraan denken? En aan alles wat ik je schreef? Kan dat je helpen? Ik weet wel dat ik je niet helpen kan, ook al was ik thuis, dat kan alleen ús heit en daar bid ik alle dagen voor, gods kracht en zegen voor als ons kindje geboren wordt.

Ik moet nu in bed liggen en zie daar niet tegenop. Hoeveel jongens liggen hier niet dag en nacht met vreselijke pijnen en ik heb nergens last van.

Ik lig nu op de grote zaal en ben hier nog niet thuis, ik moest het afleggen tegen de hoofdzuster, ik wilde in het schuurtje blijven maar daar hebben ze geen stopcontact voor het oventje.

Links ligt een Chinees met zijn heupen in het gips en rechts een OVW-er, wel een geschikte kerel. Met de Chinees kan ik geen stom woord wisselen, die ligt de hele dag apehaartjes te roken en met z’n waaier te zwiepen, verder kan hij weinig doen.

De foto’s zitten nu weer in de portefeuille, ik heb hier geen plaats om ze op te hangen. Die van jou plak ik tegen de achterkant van mijn bednummer, daar hang je prachtig, bijna niemand ziet hem.

Gisteravond ben ik voor het eerst onder de kap geweest, lekker warm was dat. Heb geweldig gezweet, het droop uit mijn haar. Ben benieuwd of het helpt. Het is een brede boog met lampen aan de binnenkant, die wordt over je rug gezet en afgedekt met een deken, net een oventje. Eerst werden mijn billen ingevet tegen het verbranden.

Toen de zuster het wegveegde en met talkpoeder bepoederde vloog het deksel van de bus en kreeg ik het hele talkbusje over m’n achterwerk. Ik had mijn broek vol, wat de lachlust van de hele zaal opwekte. Ik heb naast m’n bed m’n broek uitgeschud, net een sneeuwjacht, alles zag wit. Ook slik ik twee drankjes en een lepel poeder per dag, een borreltje smaakt toch nog lekkerder. Alles wat ze me voorzetten slik ik dapper en spoel het met thee door.

Heb alleen ’s ochtends last van m’n linkerpoot maar dat trekt na een uurtje weer weg. Lig me te vervelen, heb een schets van een landschapje gemaakt, schaken, Stratego en lezen. Het schetsje ga ik schilderen.

Je vraagt wat er eigenlijk met mij is, anders niets schat dan dat ik jou nodig heb en naar je verlang. Denk niet dat er iets is dat met gezondheid te maken heeft, ik ben nog net zo gezond als altijd, m’n ruggengraat mankeert niets. ’t Is zenuwen of reumatiek en volgens mij het laatste, want het is precies hetzelfde als de vorige keren. Ik moet weer onder de lamp. Even zweten.

Hoe kun je denken dat ik jou niet nodig heb liefste? Je weet er nog niets van schat. Wat heimwee precies is weet ik niet maar wel verlang ik erg naar mijn dierbare vrouw en daardoor ben ik wel eens pessimistisch.

Jouw heerlijke brieven helpen me er steeds weer bovenop. Dacht je famke dat je mij niet helpen kunt? Weet je dan niet dat je mij veel meer helpt dan ik jou? Laat ik dat maar niet schrijven want daar worden we het toch niet over eens. Ja schat ik weet dat je bij me bent, ik voel het in je brieven en wanneer ik naar je foto kijk.

Je hebt me weer gerustgesteld over jezelf en ons poppi. Toch zal ik blij zijn wanneer het gebeurd is en het bericht ‘moeder en kleine maken het goed’ komt. Steeds komt de angst weer terug, vooral ’s avonds wanneer ik niet slapen kan. Vertrouw jij maar op god, dan komt het altijd goed. Ik bid nog steeds voor jou maar je moet niet vragen hoe. ’t Is wel donker bij me Jank, maar ‘k wil ook niet anders. Jouw preekje doet me goed meiske.

 

De ring, slabberdesloerie, rantsoen, roken en ratten

Allereerst het heugelijke nieuws dat ik m’n ring weer heb. Gisteravond kreeg ik hem terug van zuster, ze wou niet zeggen wie hem gevonden had, volgens haar had hij al die tijd in de mandikamer gelegen maar dat is niet waar. Er is iemand geweest die hem de eerste dag al gevonden heeft, maar die er geen geld voor kon krijgen, of dat er aan zijn of haar deurtje geklopt werd, en die de ring weer teruggebracht heeft.

Hoe, dat doet er niet toe Nanni, maar ik heb jouw ring weer terug, hij zit weer om mijn vinger. Ik kan hem onmogelijk glad houden met die zweethanden, hij heeft een roze kleur maar dat hindert niet. Ik had er helemaal niet meer op gerekend, nu beter opgepast.

Mijn rantsoen en geld werd gebracht, twee brieven van jou erbij. Ik kreeg 300 Eng sigaretten, twee stukken toiletzeep, zes stukken waszeep, een doos zwarte schoensmeer, drie doosjes lucifer, een pakje scheermesjes, een chocolade reep en een zakje zuurtjes. Er ging f 22,- voor het rantsoen van mijn maandsalaris af en ik hield f 46,60 over. Daar zal het bier ook wel bij inbegrepen zijn, dat er niet bijzat.

Soms zit er bij het ronddelen van de maandrantsoenen voor mij niets bij. Stom dat ik mijn rantsoenkaart niet bij me heb, dan kreeg ik het hier ook.

In het Militaire hospitaal krijgen we deze keer nog 300 sigaretten, bij de onderdelen krijgen ze 150. Ik krijg het van mijn onderdeel omdat daar mijn kaart is en schiet er waarschijnlijk 150 sigaretten bij in. De tweede divisie is op komst, vele varkens maken de soep dun. Het komt nog zo ver dat ze ons met alleen Javaantjes afschepen.

Zal straks een seintje geven over mijn rantsoenkaart om mijn volledige rantsoen te regelen. Als ik er niet achteraan zit, vergeten ze me een paar weken, uit het oog uit het hart.

Heb het eten weer op, smaakt het jou nog wat? Mij niet zo bijzonder, die slabberdesloerie begint te vervelen, puree oftewel aangeslagen aardappelmeel, ik geloof dat ze het precies hetzelfde klaarmaken als vader z’n varkensmeel met groente, ik at alleen de groente.

Kreeg zopas mijn borreltje weer. Het is bijna twee uur, zal eens proberen of ze me door laten schrijven, ik krijg genoeg rust. Ben wel eens op rattenjacht geweest, ook ’s nachts, maar ze zijn me altijd te vlug af. Ik snap niet dat ze daar geen maatregelen tegen nemen, vooral in zo’n ziekenhuis.

Vanochtend kregen we onze wekelijkse 50 sigaretten, het waren deze keer Indische apehaartjes, ook kunnen ze wel gemaakt zijn van het haar van de kokosnoot. ’t Is het broertje van de zuid Amerikaantjes, zo niet erger. Afijn, er moet op het leger bezuinigd worden en waarom zouden wij daar niet aan meehelpen? Ik steek eerst nog maar een Engelse op, dat smaakt beter.

Zit weer op de rand van mijn bed met een pijpje tabak, vanmorgen mijn laatste goeie sigaret gerookt. Dat is erg hè! Ik heb mijn 40 apehaartjes nog en als die op zijn kan ik wel tabak kopen. MG zou mijn laatste blikje goeie Engelse sigaretten opsturen maar het komt nog niet zo vlug.

Het lijkt wel pop of ik anders geen gedachten heb dan sigaretten en roken. Het is wel een voorname factor hoor. Als dokter me verbiedt om te roken, zou ik overlijden, zou het mijn doodvonnis zijn. Zo erg is het niet, je weet het wel hè schatti.

‘k Heb nog een beetje shag, dan ben ik door m’n rokerij heen. Als ze nou verdorie niet snel met mijn rantsoen komen, vraag ik ontslag, ’t zal wel niet baten. Met jouw man is het best, zolang ik nog wat te roken heb, anders ben ik ziek hoor.

Ik krijg geloof ik meer geld schat, er komen voor mij ik weet niet hoeveel dienstjaren bij, laat ik ook eens boffen. Het scheelt ons wel f 50,- per maand minstens.

Vanmorgen mijn haar laten knippen, ik zag eruit als een weerwolf, het was ook al acht weken geleden. Toen de kapper druk met me bezig was kwam luitenant H. met mijn maandsalaris, f 199,22. De stommeriken hebben de kindertoeslag, die ik direct naar jou gedelegeerd heb, nooit doorgegeven, dan heb ik het in plaats van jij. Jij hebt het nodig en zo niet dan is het bij jou beter bewaard dan bij mij.

H. was aardig en zei dat ik maar gauw terug naar huis moest. Hij vond het een beetje grijs dat de officieren van de A-batterij nog nooit geweest waren. Hij zou ook zorgen dat ik mijn maandrantsoenen zo spoedig mogelijk kreeg.

 

 

Naar huis met de Kota Inten, naar het Subsistentenkader of retour kamp?

Er zijn er drie die met de Kota Inten naar Holland teruggaan. Zoals de jongen tegenover me, wil ik toch niet thuis komen. Die moet in Holland nog onder het mes aan zijn rug en heup.

Verder wordt er nog eentje ontslagen met dezelfde kwaal als ik. Dokter wilde hem bij het Subsistentenkader hebben, het bestaat voornamelijk uit ontslagen patiënten, die voor de rimboe niet geschikt zijn, maar te goed om in het hospitaal te blijven, maar hij wou liever naar zijn oude onderdeel terug.

Die kans maak ik ook en wanneer ik voor de keus kom, weet ik nog niet wat ik doe. ‘k Blijf liever bij mijn oude ploeg, maar als het voor mijzelf beter is, houden ze me maar in Batavia. Dan zal ik wel opnieuw gekeurd moeten worden en van 1e klasse naar de 4e klasse gaan, lager kan niet, want dan ben je niks meer.

Er worden er vandaag weer een paar ontslagen, de meesten gaan eerst naar Pauwlonia, een rustoord hier in B. Maar even afwachten, wanneer het oventje en de drankjes niet meer doen dan tot nu toe, dan helpt het niet en hou ik reumatiek. Ze zijn nog niet van me af en ik laat me in geen geval zo terug sturen. Dokter doet zijn best en in het kamp kunnen ze er niets aan doen. Wat een klaagzangen op de vroege ochtend.

Andere moeilijkheden heb ik niet. Alleen als halve soldaat terug naar mijn onderdeel, wil ik niet. Als ik geen stukscommandant kan blijven hebben ze me daar niet meer nodig.  En dan ga ik liever niet terug en ben dan liever bij het Subsistentenkader. Ik voel er verdomd weinig meer voor en al helemaal niet als ze me niet meer nodig hebben, dan is er nog iemand anders die me wel nodig heeft. Eerst maar afwachten hoe dit experiment met mij afloopt.

 

 

Brullen en aquarellen op zaal

Je moet ze hier zien rondspringen, de een pinkt nog meer dan de ander. Gistermiddag kwamen er twee jongens door de zaal lopen met ieder een gips poot, de één met het linker- en de ander met het rechterbeen in het gips. Ik zei tegen hen dat ze van twee halve maar een hele soldaat moesten maken, ze moesten dan maar loten wie de beide gipspoten kreeg. We hebben toch vaak plezier, soms ligt de hele zaal te brullen, ernstige zieken liggen hier niet. Allemaal knieën, benen, spieren, zenuwen en vergroeiingen.

Eergister is er weer een Chinese jongen bijgekomen, zo slap als een vaatdoek, als je hem ziet lopen moet je lachen, net alsof hij stomdronken is, zijn spillebenen slingeren alle kanten op. Dokter ziet zeker kans om hem beter te maken anders beginnen ze er niet aan.

Tegenover me ligt een Indische jongen, was ook helemaal vergroeid, zijn heupen wilden niet draaien, zijn been stond helemaal naar binnen. Hij moet nu zes weken gespreid in het gips liggen, dan weer een operatie en dan weer gips, ze hebben zijn poot een halve slag gedraaid. Als hij met een half jaar klaar is mag hij niet mopperen, maar wat is een half jaar pijn vergeleken met levenslang kreupel.

Nog een ander is door de Jappen geradbraakt, z’n voetzolen verbrand op gloeiende platen. Dokter heeft er nieuwe ondergezet en nu loopt hij weer een beetje. Ze kunnen heel wat bij elkaar lappen hoor.

Zit met mijn benen buiten boord, met een pijpje tabak. Ik heb van zuster een groot stuk stevig karton gekregen als schrijf- en schilderbord. Ik heb de hele dag gekladderd maar ik ben niet tevreden, de lucht is niet mooi geworden. Nu heb ik een lijstje van vijf zusters, ze willen een naamkaartje voor op hun kamer. Die heet duiventil, ik heb geen voorbeeld, het zal wel een kraaientil worden. Uiteindelijk is de duiventil wel aardig geworden. De dikke kropper doet het goed en lijkt wel een beetje op het duifje waar ik het voor gemaakt heb. Het hangt nog bij mij aan de muur en we plagen haar er een beetje mee. Ze durft er geloof ik niet goed naar te vragen.

Plezier maken we altijd hoor. Ook vallen er vaak harde woorden tussen OVW en EM. Wij dit en jullie dat. Het loopt altijd zonder bloedvergieten af, ik vind het wel aardig maar niet te vaak. Gelukkig ben ik de enige Fries op zaal, anders had je de poppen aan het dansen,  wat! Jullie Friezen? Vuile rot Hagenezen of Mokumers, die dit, wij dat, met 14 paarden nog niet uit de klei te trekken, het straatvuil enz. Behalve wanneer ik zit te schrijven vind ik het wel een lollige boel.

Ik voel me hier al aardig thuis maar heb het schuurtje toch liever. De platpoten en de Indische jongen met zijn schouder en de halve Joodse jongen komen me alle dagen opzoeken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *