Blog 31: Er wordt weer rijst geplant; reusachtige heilige bomen

March 28, 2013

Klaas Bruinsma aan Pake en Beppe Venema,

en wat hij Janke vertelt. Reusachtige heilige bomen

 

Kebalen, 16 januari ’47

 

Vader en Moeder,

Allereerst wil ik Vader van harte feliciteren met zijn verjaardag en hoop dat hij nog lang voor ons allemaal gespaard mag blijven. Ook Moeder van harte gefeliciteerd. Wat moet ik eigenlijk meer schrijven. U weet alles van me door Janke. ‘k Hoop dat mijn krabbel op tijd is. Jank heeft me aan uw verjaardag herinnerd, anders was ik het vast vergeten en zonder haar zou ik mijn eigen verjaardag ook nog vergeten.

Ik ben kiplekker, alleen een beetje in de rug doordat ik me vanmorgen vertild heb. De zon stooft het er wel weer uit. Zoals U al weet zitten we weer in een nieuw kamp bij Kebalen en een beetje dichter bij de extremisten en TRI, waar we tot nog toe geen last van hebben. We houden ons strikt aan de overeenkomst en schieten alleen op honden, die ’s nachts in onze tenten rondsluipen.

We hebben al zoveel bereikt, de boeren bebouwen weer hun landerijen, die jarenlang braak hebben gelegen, met het voornaamste voedsel, rijst.

‘k Ben deze week naar Batavia geweest en heb gezien dat er onderweg overal met man en macht gewerkt wordt. Vrouwen en kinderen helpen mee om de rijst, die eerst dicht gezaaid is, uit te poten op de uitgestrekte rijstvelden. Door de regentijd staat het land onder water en dat wordt door dijkjes tegen gehouden. Daartussen wroeten de halfnaakte boeren met hun oeroude, primitieve, zelfgemaakte houten ploegen, getrokken door trage karbouwen. Alles gaat even langzaam maar zeker. ’t Is een prachtig gezicht, al dat frisse groen.

Toch liggen er nog hele stukken onbewerkt, doordat niet alle boeren terug zijn. Een gedeelte is afgemaakt door de Jap, anderen zijn bij de TRI gegaan, weer anderen worden door de TRI vastgehouden of vermoord.

Het is hier nog een grote heksenketel ondanks het Staakt het vuren. Een overeenkomst waar de TRI en de extremisten zich weinig van aan trekken. Ze gaan door met ons te bestoken en hun eigen bevolking te beroven van hun al zeer schamele levensmiddelen en kleren.

De TRI vecht weinig openlijk tegen ons, maar het maakt weinig verschil. Ze steunen de extremisten door hun wapens en munitie te geven. Wij staan er machteloos tegenover en schieten alleen uit zelfverdediging. Wordt het al te erg, dan wordt er opruiming gehouden en wachten we tot het spelletje opnieuw begint. Wanneer er werkelijk geen samenwerking komt, krijgen we het nooit weer rustig.

Toch wil de grootste helft van de bevolking geen Repoebliek. Ze zien er geen heil in en vertrouwen hun leiders nog niet. De mensen zijn blij dat ze verlost worden van het gepeupel en zij weer rustig hun gang kunnen gaan zonder dat ze bevreesd zijn dat ze van hun land gehaald worden of dat hun schamele bezittingen geroofd worden. De Jap heeft het volk ontzettend verwaarloosd, nog sterven er duizenden aan honger en ziekte. Wij doen wat we kunnen om hun zieken te genezen, maar hebben gebrek aan medicijnen. Het is vreselijk hoe de mensen erbij lopen. Genoeg hierover, U weet het al lang van Jank.

Haar brieven zijn alles voor me. Ze schreef dat ze weer blij was bij Pake en Beppe terug te zijn, niet dat ze het niet goed had bij L, maar omdat ze weer naar huis ging.

U moet veel voor haar opofferen maar ik weet dat U het met liefde geeft. Hoe ik U, voor alles dat U voor ons doet, moet bedanken weet ik niet.

Ik weet dat we in enkele dingen verschillende opvattingen hebben, maar ook weet ik dat ik aan niemand beter mijn vrouw en kind en aanstaand kindje kan toevertrouwen dan aan Heit en Mem Venema.

Wij hebben het vaak moeilijk, maar door onze brieven zijn wij steeds bij elkaar. Ik heb een dappere vrouw, die wel vaak even in de put zit maar toch telkens de kop weer opsteekt en weer nieuwe moed krijgt en bovendien door haar brieven mij weer nieuwe moed geeft.

U zult misschien nog wel eens denken, hadden we het huwelijk maar nooit toegestaan, maar ik ben, ondanks dat ik ver van huis ben, nog gelukkig met en bij haar en zou het voor niets ter wereld weer terug willen draaien.

Soms verwijt ik mezelf dat ik vrijwillig ben gegaan en mijn vrouw heb verlaten, maar toch voel ik dat ik niet verkeerd heb gedaan en dat ik hier niet nutteloos ben.

‘t Valt niet mee om een brief te schrijven waar ze allemaal bij zitten te kletsen.

Wij gaan met nieuwe moed het nieuwe jaar in. Wanneer ik denk aan de geboorte van onze beide jongetjes, zie ik met angstige spanning die tijd tegemoet. Maar dat Jank bij Heit en Mem is, is voor mij een hele geruststelling. En dan is er nog Eén die voor ons zorgt.

Wat zal het worden, een Wieger of een Betske?

Nogmaals dank voor alles,

hartelijke groeten van Klaas

 

Aan Janke, uit verschillende brieven januari ‘47

 

Alleen door onze aanwezigheid, zonder iets te doen, bereiken we iets

Ons kamp wordt zo langzamerhand een beetje bewoon- en toonbaar. Als je mijn brieven leest schat, denk je misschien waarom zijn ze in Indië? Ze werken bijna alleen voor zichzelf om alles zo geriefelijk mogelijk te maken. Als alles klaar is vertrekken de heren en begint het geintje opnieuw.

We breken het ene af om het andere er weer mee op te bouwen maar van Indië opbouwen komt zo weinig terecht.

Het lijkt er veel op dat we hier voor onszelf zijn en om onze tijd zo aangenaam mogelijk door te brengen. Tot nog toe is er geen schot gelost. Veel jongens willen graag dat er eens een aanval komt voor de verandering. Ik heb het liever zo. Het is de laatste tijd overal weer wat rustiger. Schrijf maar niet meer van dappere man Jank, want dat ben ik niet.

Toch, alleen door onze aanwezigheid, zonder iets te doen, bereiken we al dat het hier rustig is terwijl er een paar weken geleden nog dagelijks gevochten werd. Ook de patrouilles krijgen de laatste tijd geen vuur meer van de vijand.

Ik beschouw ons zo’n beetje als kwartiermakers voor de 2e divisie. Wat wij in orde maken en later weer verlaten, stappen zij zo in, dan is het bedje gespreid en hebben zij een dak boven het hoofd. Ben benieuwd hoelang we hier zitten.

 

Fladderende vleermuizen, er werd geschoten

Het bevalt me hier, de omgeving is veel mooier, vooral langs de kali zijn prachtige hoekjes. Er groeien hier enorm hoge bomen. Alleen is er hier veel meer ongedierte, ook mieren. De vleermuizen fladderen ‘s avonds rond de jongens en in de cantine. Toch hoef je niet bang te zijn dat ze tegen je opvliegen en het zijn nuttige beestjes die menig vliegje vangen.

We aten stamppot met groenten en sinaasappel na.

Er werd geschoten, waarschijnlijk een patrouille van het kamp Toeloekpoetjong, tussen Kebalen en Bekassi. Ze doppen hun eigen boontjes wel. De infanterie klopt de wachten en loopt patrouille en wij werken allemaal even hard om een gammel pannendak boven ons hoofd te krijgen.

We zijn bezig met het opruimen van een dikke laag afval in een gedeelte van de fabriek dat voor ons wordt ingericht. De genie is met inlands personeel bezig delen van het dak te vernieuwen, anders krijgen wij het nog op onze kop.

Vanmorgen heb ik me een beetje vertild en heb nu wat last van de rug. Het is niet zo erg hoor, ik heb de hele dag gewerkt. Het was lang zo zwaar niet als met pisangbomen slepen. We brengen het afval weg met onze nieuwe spoorlijn, de jongens hebben plezier in de lorrie.

De kanonnen staan nog steeds in Krandje. Laat ze daar maar blijven, wij hebben voorlopig nog werk zat. Als ze komen zit er heel wat werk aan vast. Ze zitten onder de modder en stof en moeten weer helemaal schoongemaakt worden. Dan moeten er weer stellingen gemaakt worden en start bovendien de geliefde gundril en wachtlopen.

 

 

 

Hoge heilige bomen bij de rijstpellerij te Kebalen?

 

Reusachtige heilige bomen, in de prachtbomen huist een schone dame

Ik heb geloof ik al geschreven dat er voor onze tenten een paar reusachtige bomen staan. Om die kanjers zitten we aan de oostkant in plaats van aan de westkant van de rivier. Waren die bomen er niet dan waren wij hier niet gekomen maar aan de westkant gebleven. Ze stonden in ons schootsveld en ze mogen niet opgeruimd worden omdat het heilige bomen zijn. Als we ze omkappen krijgen we half Indië tegen ons, ook de ons goedgezinden.

Er zijn meer van die dingen waar wel degelijk rekening mee gehouden moet worden. In deze prachtbomen moet volgens het Indische Geloof een geest huizen van een schone dame en de geesten van overleden bewoners van de omliggende kampongs. Het opruimen zou de geesten beroven van hun woonplaats en ontzettende gevolgen hebben voor de omgeving.

 

Jongens van de infanterie beschoten

Op mijn verjaardag (17 januari) werd de patrouille van de infanterie beschoten door de extremisten en ze hadden meteen twee gewonden. Het was binnen de perimeter. Onze jongens vielen toen aan en hebben ze op hun eigen gebied te grazen genomen. Het gevecht heeft de hele dag geduurd. Verscheidene extremisten hebben het leven erbij gelaten en er zijn drie krijgsgevangen genomen, bovendien twee Engelse geweren en veel munitie waarbij ook kisten met Engelse geweerpatronen. Rara, hoe komen ze daaraan.

De jongens kwamen na een zware dag om 5 uur terug. De gewonden zijn niet in levensgevaar en er is alle hoop dat ze weer helemaal herstellen.

Ze zullen de patrouilles nu voorlopig wel met rust laten. Ze werden steeds beschoten binnen de afgestelde grenslijnen en dat ging zolang goed totdat ze twee jongens aanschoten. Toen was het natuurlijk gebeurd en hebben ze de stellingen opgeruimd.

 

Mijn rug

Mijn rug is weer goed. We hebben hier allemaal wel eens wat. Het duurt een half jaar voordat we helemaal geacclimatiseerd zijn. De infanterie zit onder de ringworm wat erg jeukt. Met kouvatten moet je hier erg oppassen. Ook het leger heeft nog een tekort aan medicijnen zodat het met sommige tropenziekten veel langer duurt voordat het weer over is.

‘k Heb een poosje in bed gelegen maar daar verveelde ik mij duidelijk. ‘k Ben er met moeite weer uit gekropen, heb het weer in de rug, spit. Vanmorgen vroeg wilde ik mijn brood roosteren en bukte ik me gewoon en mis was het weer. M’n zes sneetjes brood smaakten heerlijk. Door het roosteren gaat de zure smaak er af. Ook is het de laatste tijd veel beter geworden en zit er lang niet zoveel ongedierte meer in. Even na het appel gleed ik uit op een gladde plank, toen was het helemaal voor mekaar.

Ik heb de hele dag rondgekrukt, net een oude man, het werkte op de lachspieren schat. Het ergste is wanneer ze me aan het lachen brengen of met hoesten. Zoals vanavond. Ik krukte de tent rond, me aan alles vasthoudend, het was een zot gezicht, ze proesten het uit en ik natuurlijk ook. ’k Zakte door de knieën en daar zat ik. Ik heb wel een kwartier lang gezeten en bij elke poging om weer overeind te komen, barsten we weer in lachen uit, ik had er tranen van in de ogen. Het deed verhipte zeer. Heb geen medelijden met me schat, zo erg is het nu ook weer niet.

Eten was weer heerlijk. Een fijn opgemaakt staatje en pudding met vla. We krijgen nu nog één broodmaaltijd per dag door de schaarste van het meel.

 

Lichtkogels en ontsnapte gevangenen

Gisteravond toen we net in bed lagen begon de infanterie met lichtkogels te schieten. Er werd gezegd dat er een wachtpost ontvoerd was. Een patrouille ging op weg om te zoeken. Vanmorgen bleek dat er geen schildwacht was verdwenen, maar dat de zandhazen een van de drie gevangenen had laten ontsnappen. Natuurlijk hebben ze hem niet meer te pakken gekregen. Vriend of vijand, een flinke kerel was het, ik hou daar wel van. Dan moeten ze maar beter oppassen en ’s nachts geen herrie maken. Het halve kamp was op de been. LH liep met blote benen en zijn sten. Ik ben mijn bed niet uit geweest.

Hoe het vandaag met mij is? Reuze! Ben de hele dag in een uitstekende stemming en liep vanmorgen te fluiten en te zingen, wat weet ik niet meer en waarom ook niet, zomaar.

 

Nog geen kilo van de grond

Vandaag heb ik zelf niets gedaan omdat ik nog geen kilo van de grond kan tillen met m’n rug. Toch ben ik de hele dag bezig geweest met een groep jongens om zware platen ijzer te verslepen, die weer gebruikt worden als bruggen over brede greppels. Het is nog niet erg opgeschoten maar we hebben de tijd. Het komt weer prachtig voor elkaar. Als het morgen nog zo is als nu, blijf ik in mijn tent en ga alleen even kijken of ze de boel niet verprutsen.

Heb me vanavond voor het eerst gewassen met ons eigen opgepompte en gezuiverde water. Het is mooi helder en heerlijk fris. We mogen niet eerder wassen tot de wasplaats voor officieren en onderofficieren klaar is, maar het was me te ver naar de infanterie om me daar te wassen. Wassen had ik twee dagen niet gedaan vanwege mijn karbentigheid (rug oud en stram), wassen, scheren en mijn straatje gepoetst. Jij ook hoor, denk erom!

De hospik zag me stuntelen en zei dat moet toch anders wachtmeester. ‘k Zal dokter erbij slepen. Maar die veearts van de infanterie hoef ik niet, dan is de onze toch beter.

Ik vraag of hij mijn rug kan masseren. Als ik wat rondscharrel gaat het wel maar als ik een tijdje heb gezeten en dan opsta is het hopeloos. Ze lachen me allemaal uit en noemen me oude man. Ik kan er tegen. MG en ik liggen nu binnen, de vloer is van asfalt en dat is toch beter, die laat geen vocht door. Als het niet vlug betert vraag ik een tijdje opname in het hospitaal.

 

Post, waar blijft de post

Vandaag weer geen post liefste, moet jij ook zolang wachten? Aan ons ligt het gelukkig niet. Daar gaat het lichtsein, over een kwartier gaat het licht uit. Ik weet niks meer te schrijven. Ik moet weer alles van jou weten en van ús jonkje en popke. Je weet hoe lief ik je heb, nacht lievelingen.

Lievelingen!!!

Goede middag vrouwke, een dikke tút van jouw man, die vandaag een stapel kranten maar geen brief van zijn vrouwke gekregen heeft. Morgen maar weer afwachten. We zijn wat de post betreft hier wel in de aap gelogeerd. De anderen krijgen ook geen post schat, daarom maak ik me niet ongerust maar ik verlang erg naar jouw heerlijke brieven liefste.

Ik moet alles weer weten, het goede en het kwade, gelukkige en verdrietige, van je moed en je zorgen, alle kleine dingen van ús jonkje en bovenal hoe het met mem en ús popke gaat. Mijn rug wordt weer wat beter.

 

Brieven, KLM last van de mist

Gistermiddag drie heerlijke brieven van je schat. Het was precies een week geleden. Heerlijk gelezen dat alles nog goed is. Gisteravond heb ik niet geschreven Jank. We hebben zitten kletsen met een flesje bier, het was wel gezellig. De kapitein kwam er ook nog bij zitten. Gisteren heb ik niet gewerkt. Ik heb de hele dag rondgehangen en zo nu en dan even onder de klamboe.

’t Heeft geholpen, mijn rug knapt nu vlug op. Gistermorgen kregen we post en er was weer niks van jou bij, wel een paar kranten. ‘k Was een beetje moedeloos en ongerust want de anderen hadden allemaal post. Was de koning te rijk toen er later drie brieven van jou kwamen liefste, je weet hoe dat is.

Nu je brieven schat. Nr 71 van 10 januari kreeg ik op Vader z’n verjaardag dus 15 dagen onderweg geweest. De vlugste doen er zes dagen over. Het zal wel aan de weersomstandigheden liggen. In de krant las ik ook al dat de KLM erg last had van de mist.

 

Sergeant A in Japan vijf jaar gevangen

Heerlijk jouw brieven schat. Stel je voor dat we elkaar niet konden schrijven zoals de krijgsgevangenen in Japan. Die sergeant A is vijf jaar gevangen geweest en heeft al die tijd niets van zijn vrouw en zoontje gehoord. Gelukkig mocht hij ze beiden in gezondheid weer terug zien. Hij was een van de weinigen die het volgehouden heeft. Ze hebben ontzettend geleden, ongeveer 80% is gestorven. Wat zijn wij daarbij vergeleken dan nog rijk.

 

Alleen bij jouw ouders, aanstaand kindje

Was mijn meiske weer een beetje (??) onwennig? Dat blijven we schat tot we weer bij elkaar zijn. Dat onrustige gevoel ken ik. ’t Is dan allemaal zo donker, je bent zo alleen, ondanks Pim en je vader en moeder. Dat brengt ons aanstaande kindje ook mee mem. Goddank schat dat je er altijd weer bovenop komt. Blijf kalm Jank en stort je gouden hartje voor god uit en vertel mij dan weer alles. God wil je helpen. Ik kan je wel begrijpen schat maar niet altijd helpen. ‘k Weet dan niet wat ik je schrijven moet.

Gelukkig memmi dat je Pim hebt om je grote liefde te uiten, Je bent nooit verlaten van alles hoor. Denk aan god en aan je vader en moeder. Aan mij. Ondanks de verzuchtingen van moeder over de drukte wil ze alles voor je doen. Ik weet schat dat je er niet tegen kunt maar je weet ook dat je moeder het in haar hart niet meent wat ze je soms naar het hoofd slingert.

Je hoeft nooit te denken waar moet ik dan heen. Mijn vrouwke blijft bij Mem en Heit lieverd, totdat we DV weer een eigen huis hebben. Je schrijft terecht schat dat M oud wordt en begint te zorgen.

’t Is voor haar ook moeilijk, ook van haar wordt een offer gevraagd en dat geeft ze ondanks de kleine strubbelingen met heel haar hart. Kon je haar maar meer alles zeggen schat. ’t Is moeilijk en ligt ons Noorderlingen niet, we willen alles zelf.

Moet ik mijn schat uit de put helpen? ‘k Zal het proberen hoor. Je hebt gelijk, je ouders zitten maar met de gebakken peren van hun jongste kinderen!! Je voelt dit heel goed en diep, maar vergeet vaak dat ondanks al de zorgen die het voor je ouders meebrengt, zij toch ook weer volop genieten van jou, hun Kantsje en zonneschijntje en van die kleine rakker van ons.

 

Wie was meer onwennig

Je bekijkt het te veel van de moeilijke kant pop. Wie waren zo blij dat mijn schatten weer bij pake en beppe (opa en oma)? Wie was meer onwennig, jij zelf, je moeder of je vader?

Liefste dit is geen verwijt hoor. Ik begrijp jou moeilijkheden volkomen. Waarom zou ik boos op jou zijn? Ik vind het heerlijk wanneer ik jou kan helpen schat. Maakt mijn leave zich niet vaak zorgen vooraf en blijkt het later haast altijd mee te vallen? Steek je koppie weer omhoog schat en het zal waarachtig wel gaan.

Ik weet dat het voor moeder te druk wordt, dat kan ze allemaal nooit alleen aan, hoewel ze het liefste zelf alles wil doen, omdat er niets voor de ’vrouw’ zelf gaat. Denk ik er licht over? Toch niet hoor, ik ken mijn schat! Je hebt mij geen verdriet gedaan liefste. Ik vind het heerlijk alles weer van je te horen. Heb ik je weer geholpen?

Je helpt je mij altijd lieveling met je heerlijke brieven. Jij bent mijn dappere vrouw en je bent nooit alleen!! Wees sterk en vertrouw op hem als het zover is en denk dan aan mij, niet ’was je maar hier’ maar ’mijn man is toch hier’.

Ik verlang ook nergens anders naar dan bij jou te zijn en te blijven. Voor mijn huisgezin te werken en samen met mijn lievelingen gelukkig te zijn. Ja liefste, ik ben over alles wat ik over mijzelf en alles schrijf echt eerlijk hoor.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *