Blog 24: Wat weten ze in Holland van Indië? Harense kip of ei. Politiek praatje

October 12, 2012

Harenfeestje, Harense kip of ei

Sinds het uit de hand gelopen Harenfeestje moet ik mijn mening (zie eerdere blogs) tot nog toe, namelijk dat iedereen tot excessief gedrag ‘gedwongen’ kan worden, wanneer de omstandigheden maar erg genoeg zijn, flink aanscherpen. De mening was ingegeven door de eenzijdige hetze tegen Oud-Indiëgangers, zijnde oorlogsmisdadigers, die zo vaak om het minste of geringste, zonder enige vorm van nuance, de kop in de actualiteit opsteekt.

Wat waren in Haren de omstandigheden, dat een deel van de jongeren overging naar geweld, vernieling en plundering? Wat? Niets. Hier is geen kip en geen ei. Er waren geen omstandigheden waar je bijna niet onderuit kunt. Er is geen enkele reden om van nieuwsgierigheid naar een massafeestje over te gaan tot actief meerellen.

 

Er is duidelijk een extra factor in het spel, een vorm van persoonlijke inbreng, een innerlijke grens.

Een neef van mij was daar, als nieuwsgierige, onverwachts ineens in de frontlinie. Toen de ME zonder onderscheid des persoons of situatie, er links en rechts op los begon te meppen, stond ook hij in dubio. Gooi ik dit flesje of niet. Hij deed het niet, een keus. Hoewel hij, later in gesprek, zich erg opwond over het feit dat ME-ers geen herkenningsteken dragen. Ze kunnen niet persoonlijk verantwoordelijk gesteld worden voor excessief meppen. Vrijbrief voor legaal uit den bol waar het soms op lijkt. Ineens toch een kip en een ei.

 

De eigen keus, de innerlijke grens, waarschijnlijk nog belangrijker dan de omstandigheden. In ieder geval is de combinatie onverbrekelijk; onder dezelfde omstandigheden gaat de een er op los en de ander niet.

 

Harense rellers, peloppers en Hitlerjugend, een politiek verhaal

Uit de brieven:

‘Onze vaders hebben uiteenlopende meningen. Ik hoop zo dat ze bij elkaar komen maar dan moeten ze over en weer toegeven. Indië moet krachtig en rechtvaardig geregeerd worden (pake Bruinsma denk ik, conservatief). Wij zijn niet naar Indië gegaan om een volk te onderdrukken (pake Veenema denk ik, socialist) maar om het te verlossen van hun broeders die door Soekarno opgezweept zijn (heit zelf). Zelf heeft hij de controle niet meer over zijn aanhangers, want ondanks de wapenstilstand gaan sommige groepen door met vechten. Hij heeft net als Hitler, te veel beloofd. Sommige streken hongeren uit en de Republiek verkwanselt duizenden tonnen rijst aan Brits Indië. Wat moet er van zo’n regering terecht komen die eerst zichzelf zoekt en het volk aan zijn lot overlaat?’

‘Zoals de politieke toestand nu is vraag ik me wel eens af wat we hier doen. Het enige doel momenteel is om ons er samen met goede verstandhouding en samenwerking door te slaan. Verder kunnen we nu niet zien. Als ik de boeren weer aan het werk zie en de moeders die met hun zieke kinderen bij ons komen, weet ik dat we hier nuttig zijn. De stakkertjes zijn soms zo sterk vermagerd en zo vies van de zweren dat ze met geen tang aan te pakken zijn. Verder hangt het van de politieke ontwikkelingen af of onze aanwezigheid hier nog nodig is.

Ik heb soms spijt dat ik hier heen gegaan ben en zou het liefst weer terug gaan naar jou en de boel laten stikken, maar als ik dan al die ellende zie heb ik er vrede mee.’

‘Je weet hoe ik over Soekarno denk. Misschien heb ik het mis maar iemand die zijn volk heeft overgeleverd aan de Jappen en die in plaats van zijn eigen volk te voeden, het laat uithongeren, is volgens mij niet de geschikte man om Indië te regeren. Zo iemand blijft tot alles in staat. Net zo min als in Holland krijgen we hier een ideale toestand, maar toch blijft het ons werk zoveel mogelijk mee te werken aan een veilige en rechtvaardige samenleving. Wij mogen Indië nog niet aan zich zelf overlaten, want dan zou het dieper wegzinken dan ooit tevoren.

Wat weten ze in Holland van Indië? Is het goed dat wij dit miljoenenvolk, waar wij wel degelijk verantwoordelijk voor zijn, overlaten aan lieden die hun eigen broeders uitmoorden en plunderen? De inlanders, die niet ontwikkeld zijn, zijn geweldig vatbaar voor propaganda en daar heeft Soekarno van geprofiteerd. Het nam in korte tijd zo’n omvang aan, dat hij het nu niet meer onder controle heeft.

Als de meesten van hen gevangen genomen worden en niet gedood, maar onder bescherming teruggebracht worden in de samenleving, dan willen ze niet meer terug en kunnen zich niet begrijpen waarom ze zich zo hebben laten opzwepen. De vooroorlogse inlander, die weet hoe het hier eerst was, vind je niet bij de bendes, het zijn bijna allemaal jongens van 15 tot 20 jaar.

Je weet wat Hitler in Duitsland bereikt heeft met de jeugd. Hier is het nog wel erger geweest en in veel kortere tijd. En gedeeltelijk draagt Engeland daar de schuld van (eerder schreef mijn vader al dat de Engelsen, na de capitulatie, Soekarno ongehinderd zijn gang lieten gaan met zijn opruiende activiteiten).Tot zover mijn politiek praatje, voor zover ik het met mijn klein beetje verstand kan beoordelen.’

 

Het opzwepen, de oproep van de pemoeda’s

Wim Balijon in reactie op de documentaire Archief van tranen: (pagina 2)
Bedankt voor het onderzoek en de reportage over de Bersiaptijd.

Rapport POLITIEKE SITUATIE IN NEDERLANDSCH-INDIE van 22 Sept.1945.
VERTALING
Aan het Comite Nasional Indonesia
BANDOENG.

Wij, de Indonesische Communistische Partij, met een ledental van 10 miljoen in geheel Indonesia, staan als één man achter onze leiders Soekarno en Hatta. Wij eischen plechtig: Dat Indonesische Bestuursambtenaren, die een twijfelachtige houding aannemen in het huidige conflict onmiddellijk onder de controle komen te staan van de jeugd-organisaties, die afgedaan hebben met het oude en bezield zijn met den geest van het heden. Met het optreden van bepaalde groepen, zooals bijv. politie-ambtenaren, die slechts de moed hebben om tegen eigen volk op te treden, maar daarentegen laf zijn als tegen vreemden opgetreden moet worden, moet radicaal afgerekend worden. Zij moeten eveneens onder de controle komen te staan van jeugd-organisaties. Indien bovenstaande eisch niet wordt ingewilligd zullen wij de Bestuursambtenaren en die Politiebeambten, die nog hand- en spandiensten aan het Hollandsche Koloniale Bewind verrichten, tot hunne gezinnen vermoorden; daarna eerst zijn onze verheven idealen bereikt. Wij rekenen erop dat het bovenstaande Uw volle aandacht zal hebben. Ook met de Indo-groep, die onze onafhankelijkheid in de weg staat moet radicaal afgerekend worden. Heeren Ambtenaren van de Censuursafdeling van de P.T.T. worden verzocht dezen brief na inzage door te willen geven aan belanghebbenden alsmede de inhoud overal te publiceeren.

Met het geroep “MERDEKA” van 10.000.000 Indonesische Communisten

Zie ook: http://members.home.nl/w.balijon/index2.html

Paradox van het wachten op extreme omstandigheden

Omstandigheden, misbruik van omstandigheden door opzettelijk opzwepen en aanzetten, én de innerlijke gevoeligheid én de innerlijke grens. Zijn dit alle ingrediënten, naast wel of niet ontwikkeld zijn door scholing bijvoorbeeld, die de lijn doen verscherpen of vervagen tussen sensatiezucht, rellers, plunderaars en moordenaars? Ik ben er niet zeker van maar je komt er een eind mee denk ik.

Mijn vaders inborst lijkt een nobele te zijn, houdt hij dat vol, ook wanneer de omstandigheden grimmig worden?

Liet hij zich opzwepen, een net iets oudere man dan zijn meeste collega’s, een nuchtere Fries bovendien, met een gezin thuis? Denk het niet.

Wacht ik nu op het moment dat de situatie grimmiger wordt? Om te zien hoe mijn vader zich dan houdt? Ik leef sinds jaar en dag in de vooronderstelling, dat wat hij daar meemaakte, hem de rest van zijn leven beïnvloedde, niet in gunstige zin.

Ging het niet zo bij zoveel van hen die daar waren? Zeggen ze dat niet ook allemaal, ‘en weer terug komen’? Geldt het niet voor zoveel, voor alle oorlogssituaties?

Het paradoxale is, dat ik hoop dat mijn vader al deze extreme dingen die ik verwacht tegen te komen, niet hoefde mee te maken. Dat hij een relatief rustig verblijf heeft en veilig en onbeschadigd terugkomt bij zijn geliefden. Maar dan sta ik met lege handen, heb ik geen verklaring waarom hij werd wie hij uiteindelijk leek of werd, hoe hij kon worden van lief en zorgzaam naar vaak boos en gefrustreerd. En is het niet juist daarom, het vinden van een oorzaak, dat ik de brieven induik?

Er begint mij langzaam maar zeker iets te dagen, een gevoel besluipt me. Ik moet niet zo moeilijk doen, de beste man in zijn waarde laten en nemen zoals hij is, van vlees en bloed, een mens.

Tot nu toe maakt wat ik tegenkom mij alleen maar trots en blij. Laat ik dat liever als bagage oppakken, en met terugwerkende kracht rond mijn herinneringen draperen, als een grote, warme rode sjaal. Immers, was ik als kleine meid ook niet gewoon trots op hem?

Wie weet, blijft het rond hem redelijk rustig en is mijn vader gewoon wie hij is. Kan ik eindelijk onbevooroordeeld, met open ogen, lezen wat er gebeurt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *