Blog 23: Dagelijks brieven en de eerste foto’s van mijn vader uit Indië, reis in de tijd en mijn oudste zus (November 1946)

September 30, 2012

Vanaf dat mijn vader aan land ging op Java, vanaf 27 october 1946, heb ik 25 A4tjes aan aantekeningen, over zijn brieven. Grote stukken neem ik woordelijk over, de taal zelf is het tijdgeluid. Maar dan nog, het is een indicatie over hoeveel zij beiden schrijven.

‘M.G. krijgt veel brieven van zijn A. maar ik win het nog steeds.’

1 nov ’46, heeft hij van haar 10 brieven, hij schreef er haar 13. Per brief stuurt hij, omgerekend wel zo’n 5 tot 6 A-4tjes, met klein schrift vol geschreven. Hij gaat kleiner schrijven, dan kan hij langer toe met z’n papier.

Hij is nu twee maanden van huis, het aftellen kan beginnen. Hij heeft van haar de brieven 31 en 32 gekregen, deze brief van hem is 31. Hoeveel zouden ze er halen in twee jaar tijd, vraagt hij zich af. Zijn brieven zijn sneller over dan de hare, 12 dagen, de snelste 10 dagen. Hij nummert de enveloppen, vooruit op voorraad, dan raakt hij niet in de war.

Hij schrijft bij de stormlamp. De vliegen, mieren, torren, enz. kruipen over hem en het papier. Zolang ze niet bijten kan het hem niet veel schelen. Hij heeft zijn bajonet geslepen, soms prikt hij daarmee een krekel, die op tafel springt, doormidden.

Later schrijft hij bij elektrisch licht, dat dan weer regelmatig uitvalt en hij de stormlamp er weer bij haalt.

’s Avonds zit hij aan haar te pennen, dat is het enige nuttige dat hij doet, ze hangen daar maar een beetje rond. Hij weet nu nog niet hoe hij de twee jaren daar om moet krijgen.

En dan ineens, in antwoord op een vraag van haar, ‘Natuurlijk was die rode portefeuille (blog 3) voor jou! Wist je dat niet?’

 

‘Je moet me alles schrijven hoor, niets mag je achterhouden. Als mijn antwoorden je niet bevredigen, dan moet je me dat schrijven. Over die ‘onnozele’ brieven van jou heb ik al geschreven. Ik ben niet tevreden over mijn brieven, maar zolang jij het bent is het goed. Ik wou je alles veel duidelijker uitleggen en over alles nog veel meer met je praten en je helpen maar het wil niet beter. Ik zal je zoveel mogelijk op al je brieven antwoorden, zoveel het mogelijk is, je moet bij mij alles tussen de regels lezen want ik kan nooit zo duidelijk en begrijpelijk alles uitleggen en zeggen als jij mij doet.

Jammer dat de porto is verhoogd en dan scheelt het wanneer jij drie brieven stuurt per week, dat ga je vast niet doen.’

Het leven kabbelt voort, incidenten zijn er nauwelijks. Het is moeilijk om zijn taak altijd voor ogen te houden, ‘vaak laat alles me koud en weet ik niet waarvoor ik hier gekomen ben. Er gebeurt nog zoveel onrecht tegenover de inheemsen, het oude systeem zit diep geworteld.

Voor een hoop jongens is het hier funest, veel banden worden van beide kanten verbroken, door de jongens en niet minder door de meisjes.

 

Ik heb goede  moed en ben gelukkig wanneer ik je brieven lees of aan je schrijf. Aan jouw brieven heb ik meer troost dan aan ús heit, (god). Dat is niet goed maar het is eerlijk.’

 

De eerste foto’s, rode boek, groene doosje, aquarel-fotoboek

‘Ik zal zo veel mogelijk foto’s maken, dan kan ik je zoveel mogelijk van Indië laten zien, maar tot nu toe komt er niet veel van, het duurt lang voordat de afdrukken klaar zijn. De films worden meestal naar Holland gestuurd voor ontwikkelen en afdrukken, dan worden ze weer terug gestuurd. Ze kunnen het hier wel doen maar het is te duur. Met porto erbij is het nog steeds goedkoper.

Ik koop een film, een toestel leen ik. Ik zal de film zo vlug mogelijk vol schieten en opsturen, dan kun jij de foto’s weer terug sturen. Een fototoestel kopen is veel te duur. Dom geweest om al die sigaretten aan boord te kopen, maar afijn.’

Bekende uitdrukking!

Er is een foto genomen terwijl hij schrijft, flesje bier en blik sigaretten erbij.

Klaas schrijft bij de tent. Noot: foto later toegevoegd

Ik heb de foto opgezocht in het rode fotoboek. In het ‘nieuwe’ fotoboek met de aquarel, zit er net zo een, maar die is denk ik van M.G. en niet van hem. Vaak schrijven ze samen M.G. en hij, M.G. aan zijn verloofde, hij aan zijn vrouw en kind.

Ik zoek op korte termijn uit hoe ik foto’s bij de stukjes van de blog kan plaatsen, dat blijkt nog niet zo makkelijk. (Noot, later zijn foto’s tussengevoegd.)

Brieven vanaf de Tegelberg geschreven

Ben blij met de foto bovenaan de blog (Noot: oude versie): de rode portefeuille, het groene blik met losse foto’s, het rode vettige fotoboek, de foto en stapel brieven van de Tegelberg, de loep en de foto van mijn vader.

 

Reis in de tijd, mijn vader onder de loep

Zo apart om zijn beschrijving te lezen uit die tijd en dan de foto er in deze tijd bij te zoeken, alsof ik zelf heen en weer kan tussen beide tijden. Alle foto’s heb ik al eerder gezien, foto’s zonder verhaal, zonder duiding en nu komt het verhaal, met terugwerkende kracht, in zijn beschrijvingen naar voren.

Natuurlijk heb ik, over onze familiegeschiedenis, voorkennis, ik weet soms van het thuisfront wat er gaat gebeuren, nog voor zij het zelf beleven.

Ik weet dat ze niet twee jaar, maar drie jaar uiteindelijk elkaar zullen moeten schrijven. Het geeft een vreemde gewaarwording, alsof ik zit te wachten op de dingen waarvan ik weet dat ze zullen gebeuren.

Over sommige onderwerpen had ik een mening, soms een oordeel en vaak blijk ik die bij te moeten stellen. Mijn vader is lang niet zo zwaar op de hand als ik altijd dacht, hij schrijft licht en vrolijk, hij neemt de dingen zoals ze zich voordoen. Hij is ook lang niet zo fanatiek in de leer als in ‘onze’ tijd, blijkt, zij gaat boven alles.

Dat niet alleen, hij is lief, zorgzaam, onzeker en stelt zich in de brieven open en kwetsbaar op.

 

Het grootste nieuws komt van het thuisfront, mijn oudste zus Betsche komt er aan

Haar brief 26 brengt het nieuws, halverwege november, het door hen niet begeerde en toch heerlijk nieuws, dat zij weer een kindje verwachten. Mijn oudste zus. Dat weten zij zelf natuurlijk nog niet. Dat ze weer een kindje krijgen vindt hij heerlijk, hij was er op voorbereid. Dat zij schrok en in wanhoop verkeerde snapt hij. Dat zij voor de tweede keer de zwangerschap alleen door moet maken, zonder hem, dat hij haar niet met alles kan helpen, te weten dat zij hem zo nodig heeft, dat is het moeilijkste.

Hij kan haar nooit alles zeggen en schrijven zoals hij het voelt. Hij heeft lange tijd naar haar foto gekeken en weet dat zij beiden, weer samen in blijdschap, al zijn ze ver van elkaar, dit kindje zullen verwachten. Hij denkt dat god niet te veel van hen vraagt en hen zal helpen deze heerlijke, moeilijke omstandigheden door te komen. Heeft hij weer niet gedaan wat hij beloofde, wanneer ze weer een kindje verwachtten, zou hij er bij blijven, haar nooit meer alleen laten. Hij voelt zich schuldig, had hij het anders moeten doen? ‘Schrijf het me.’

Dat zij straks dat (de bevalling) alleen moet doormaken maakt hem zo bang, niet dat hij haar helpen kan maar haar hand vasthouden, hun kind geboren zien worden, weten of het leeft of dat ze het terug moeten geven, zoals hun andere, tweede jonkje bij de eerste keer. En bovenal of hij háár behouden mag. ‘Niet alleen met mij kan wat gebeuren maar ook met jou’.

‘Die spanning, dat afwachten zonder iets te kunnen doen, dat zal zwaar zijn.

Hoe zullen we het kindje noemen. Als het een jongen is natuurlijk Wieger en als het een meisje is? Dat weet ik niet goed, volgens mij is jouw moeder aan de beurt dus Betsche. Of heb je liever twee namen omdat Pim er ook twee heeft?’

Pim, Pimmie, is Wim, Wijnsen mijn oudste broer met een dubbele naam Wijnsen Auke  (de vader van mijn vader en mijn vaders oudste broer die vlak na de oorlog verongelukte). Dat pake, mijn moeders vader, per ongeluk Bettie zei, in plaats van Betsche, bij het doen van de geboorteaangifte van mijn zus.

Zowel mijn vader, als mijn oudste broer, als mijn oudste zus, leven niet meer. Dat maakt het duizend maal duizend zo dubbel, dubbel in tijd, dubbel in het met terugwerkende kracht terug kijken in tijd en van daar weer terug naar het hier.

Terwijl hij schrijft is zijn uitzicht alsof hij thuis is, grote groene vlakte met op de achtergrond bomen. Alleen de boerderijen staan er niet. Hun tent staat onder een grote dikke boom. Er zijn veel soorten bomen, naast klappers en bananenbomen, die er zo uit zien als thuis.

Mijn vader is uit en thuis een mens, meer van vlees en bloed dan ik ooit wist of dacht.

Wat bijzonder waardevol en ook, wat vreemd dat ik dit mag ontdekken, deze brieven mag lezen, dit mag doen en doe, wat een buitenkans.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *